Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Plat beemdgras - Poa compressa

Frysk: Plat miedegers

English: Flattened Meadow-grass

FranÁais: P‚turin comprimť

Deutsch: Platthalm-Rispengras

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Poa is het Griekse woord voor gras. Compressa betekent opeengehoopt.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 20-80 cm.


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Wortels: Kruipende, witte, vertakte en kweekachtige wortelstokken.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Stengels: De stengels hebben een geknikt-opstijgende voet, zijn sterk afgeplat en hebben vier tot zes knopen. Plat beemdgras kan vrij uitgestrekte matten vormen.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren zijn blauwachtig donkergroen. De bovenste bladscheden zijn vaak langer dan het blad. Het tongetje is afgeknot en zelden langer dan 2 mm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim is meestal klein en heeft korte stijve takken. De onderste takken staan met ťťn tot vijf bijeen en zijn 1Ĺ-10 cm lang. De aartjes bevatten drie tot zes bloemen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS-database


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, soms vrij vochtige, matig voedselrijke, basische, kalkhoudende, vaak stenige grond (zand, leem, zavel, klei, mergel, grind en andere stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Oude muren, voetpaden, zandvlakten, tussen straatstenen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), industrieterreinen, in knotbomen, ruderale plaatsen, afgravingen (grind-, steen- klei- en leemgroeven), zeeduinen (uitgegraven plekken), grasland (kalkgrasland) en weinig begroeide randjes op kalkhellingen.

Verspreiding

Wereld: In West-AziŽ en Europa, behalve in enige randgebieden. Ingeburgerd in AustraliŽ, Nieuw-Zeeland, Noord-Amerika en gematigde delen van Zuid-Amerika.

Nederland: Plaatselijk algemeen, met name in Limburg, in het rivierengebied en in het westen van het land (vooral in stedelijke gebieden). Elders zeldzamer of ontbrekend.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Fig. 21, 22
Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Stirpium historiae pemptades sex, sive libri XXX, R. Dodonaeus [Dodoens] (1583)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Journal of botany, British and foreign, deel 41, B. Seemann, S.C. Hendrey (1903)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL