Wilde planten in Nederland en België

Platte rus - Juncus compressus

Frysk: Platte rusk

English: Round-fruited Rush

Français: Jonc à tiges comprimées

Deutsch: Platthalm-Binse

Synoniemen:

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Compressus betekent opeengehoopt.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 10-40 cm, zelden hoger tot 80 cm.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Wortels: Een kruipende wortelstok.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De opgerichte bloeistengels zijn meestal iets afgeplat. Ze vormen pollen of ze groeien in rijen. Ze zijn in de onderste helft bebladerd.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De bladeren zijn grijs-donkergroen. De bladschede is bruin en omgeeft de stengel buisvormig. De bladschijf is grasachtig en wordt tot 2 mm breed.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


entheos -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De meestal losse bloeiwijze heeft een vrij lang schutblad, dat vaak boven de bloeiwijze uitsteekt. De bloemdekbladen zijn meestal groen of lichtbruin en ongeveer 2 mm lang. De helmknoppen zijn één of twee keer zo lang als de helmdraden. De stijl is ongeveer half zo lang als het vruchtbeginsel.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Karelj -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn lichtbruin, roodbruin of soms groen. Ze hebben een groene middenstreep en worden 2-2½ mm lang. Ze zijn langer dan de bloemdekbladen. De zaden worden minder dan een ½ mm lang. Eenzaadlobbig.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot grazige plaatsen op vochtige tot vaak natte, voedselrijke, kalkhoudende en vaak verstoorde grond. Zoutmijdend (meestal op klei, soms op leem, zand of veen).

Groeiplaatsen: Grasland (laagblijvend weiland, hooiland en laagten in uiterwaarden), bermen, waterkanten (sloten, plassen, kreken en rivieren), afgravingen (zand-, grind- en kleigroeven) en opgespoten grond.

Verspreiding

Wereld: West- en Midden-Azië en in Europa, behalve in enige randgebieden. Ook zeer zeldzaam in Noord-Amerika.

Nederland: Algemeen, maar zeldzamer in het oosten van het land, op de Veluwe en in Noord-Brabant.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij zeldzaam. Het meest  in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL