Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Pluimzegge - Carex paniculata subsp. paniculata

Frysk: Plûmsigge

English: Greater Tussock Sedge

Français: Laîche paniculée

Deutsch: Rispen-Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Paniculata betekent pluimdragend.

Opmerking: Carex paniculata subsp. lusitanica is een ondersoort van de Pluimzegge, die voorkomt in Zuidwest-Europa, in Spanje en Portugal. Ze werd in 1981 door A. Corporaal gevonden in een aangeplant bosje bij het Zwarte Water bij Zwartsluis (Ov.). Het betrof een relatief jong bosje met elzen, schietwilgen en essen. Er stonden destijds twee exemplaren, die nu beide zijn verdwenen, nadat het bosje "verrommeld" is. Deze ondersoort kenmerkt zich door de blauwgroene kleur der bloeiwijzen, die bij de typische ondersoort C. paniculata subsp. paniculata roodbruin is. Bovendien is de bloeiwijze meer vertakt en zijn de bladeren veel breder dan bij de typische ondersoort. Hoe deze ondersoort ooit in Zwartsluis verzeild is geraakt blijft gissen, maar zeer waarschijnlijk is ze aangevoerd. Deze ondersoort is zeker niet inheems voor ons land te beschouwen, het betreft vooralsnog een eenmalige vondst en daarmee verdient deze ondersoort het niet om opgenomen te worden in de Heukels' Flora.
CC-BY-SA 3.0 Jacob Koopman, 2015

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 50-100 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Piet Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De bloeistengels worden tot 3 mm dik. Ze zijn scherp driekantig, ruw en hangen vaak over. De onderste scheden zijn glanzend bruin en gaan niet vezelen. Pluimzegge vormt dichte pollen.


Udo Schmidt -
CC BY-SA 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren zijn aan de voet gootvormig. Naar boven toe worden ze vlakker. Ze hebben een driekantige top en zijn 3-6 mm breed. De randen zijn ruw. De bladscheden hebben een afgeronde rugkant en zijn aan de voorkant vaak bruin gerand.


Zirpe -
CC BY-SA 2.5


Zirpe -
CC BY-SA 2.5


Andy.vac -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloemen groeien in een vrij losse, pluimvormige bloeiwijze, die soms tot 20 cm lang wordt. De zijtakken worden tot 8 cm lang en staan schuin omhoog tot vrijwel recht af. Ze dragen vele aren. De schutbladen zijn priemvormig of heel soms bladachtig. De aren zijn eivormig. Onderaan staan de vrouwelijke bloemen en aan de top met mannelijke. De bloemen hebben twee stempels. De kafjes zijn lichtbruin met een lichtere kiel en brede, zilverig glanzende vliezige randen.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Jacob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl


Udo Schmidt -
CC BY-SA 2.0


Zirpe -
CC BY-SA 2.5

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn eivormig, ongeveer 3 mm groot en lichtbruin van kleur. Ze zijn alleen bij de voet zwak generfd. Aan de voet zijn ze afgerond tot hartvormig en aan de top versmald in een korte tweetandige en op de rug gegroefde snavel. Eenzaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Alain Poirel - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond en in ondiep, zoet of soms zwak brak water (veen, leem, rivierklei en humeus zand).

Groeiplaatsen: Moerassen (verlandingsvegetaties in laagveenplassen en afgesneden rivier- en beekarmen, drijftillen en brakwatervenen), waterkanten (venige oevers, sloten, kanalen, voedselrijke veenwijken, duinplassen, greppels en bronnen), grasland (venig grasland) en bossen (broekbossen, moerasbossen en grienden).

Verspreiding

Wereld: Op enkele plaatsen in de Kaukasus, in Marokko, op Tenerife en in Midden- en West-Europa, noordelijk tot in Zuid-Scandinavië en noordoostelijk tot in Midden-Rusland.

Nederland: Vrij algemeen, het meest in de laagveengebieden. Zeldzaam op zeeklei.

Carex paniculata subsp. lusitanica

Vlaanderen: Vrij algemeen, maar zeer zeldzaam in het kustgebied. Het meest in de Kempen.


Wallonië: Vrij algemeen, maar zeer zeldzaam in de Hoge Ardennen. Het meest in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora Batava, Jan Kops, F. A. Hartsen en F. W. van Eeden. Deel 13 (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


N0. 20-119
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgräsern, C. Schkuhr (1801)


Das Pflanzenreich, deel 20, H.G.A. Engler (1900-1968)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

 

© 2001-2020 K.M. Dijkstra