Wilde planten in Nederland en België

Pluimzegge - Carex paniculata subsp. paniculata

Frysk: Plûmsigge

English: Greater Tussock Sedge

Français: Laîche paniculée

Deutsch: Rispen-Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Paniculata betekent pluimdragend.

Kruising: Carex x boenninghausiana is de hybride van IJle zegge en Pluimzegge.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 50-100 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


anniebee62 - CC BY-NC 4.0


lumarques8 - CC BY-NC 4.0


Christian Berg - CC BY 4.0

Wortels


Alexander Rumpel - CC BY-NC 4.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Forse en dichte horsten vormend. De onbehaarde bloeistengels worden tot 3 mm dik. Ze zijn scherp driekantig (met vlakke of enigszins holle zijden), ruw en hangen vaak over. De stengels zijn langer dan de bladen en alleen onderaan bebladerd.


R.H.Wardell - CC0-1.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


R.H.Wardell - CC0-1.0

Bladeren: De bladeren zijn aan de voet gootvormig. Naar boven toe worden ze vlakker. Ze hebben een driekantige top en zijn 3-6 mm breed. De randen zijn ruw. De bladscheden hebben een afgeronde rugkant en zijn aan de voorkant vaak bruin gerand. De onderste bladscheden zijn glanzend bruin tot donkerbruin en gaan niet vezelen.


Martijn De Gussem - CC BY-NC-SA 4.0


Zirpe - CC BY-SA 2.5


Andy.vac - CC BY-SA 3.0


Nathalie De Somer - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn priemvormig of heel soms bladachtig. De bloemen groeien in een vrij losse, pluimvormige bloeiwijze, die 5 tot soms 20 cm lang wordt en vaak tot bovenaan vertakt is. De onderste zijtakken worden tot 8 cm lang en staan schuin omhoog tot vrijwel recht af. Ze dragen vele eivormige aren. Onderaan staan de vrouwelijke bloemen (met twee stempels) en aan de top de mannelijke. De langwerpig-eirondde, toegespitste kafjes zijn lichtbruin met een lichtere kiel en brede, zilverig glanzende vliezige randen. Ze zijn even lang als de urntjes.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Jacob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl


Udo Schmidt - CC BY-SA 2.0


Zirpe - CC BY-SA 2.5

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rechtopstaande urntjes zijn eivormig, ongeveer 3 mm groot, lichtbruin en alleen bij de voet zwak generfd. Aan de voet zijn ze afgerond tot hartvormig en aan de top versmald in een korte tweetandige en op de rug gegroefde snavel. De vruchten zijn eirond en iets vlak. Eenzaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Alain Poirel - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond en in ondiep, zoet of soms zwak brak water (veen, leem, rivierklei en humeus zand).

Groeiplaatsen: Moerassen (verlandingsvegetaties in laagveenplassen en afgesneden rivier- en beekarmen, drijftillen en brakwatervenen), waterkanten (venige oevers, sloten, kanalen, voedselrijke veenwijken, duinplassen, greppels en bronnen), grasland (venig grasland) en bossen (broekbossen, moerasbossen en grienden).

Verspreiding

Wereld: Op enkele plaatsen in de Kaukasus, in Marokko, op Tenerife en in Midden- en West-Europa, noordelijk tot in Zuid-Scandinavië en noordoostelijk tot in Midden-Rusland.

Nederland: Vrij algemeen. Het meest in de laagveengebieden. Zeldzaam op zeeklei.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Kempen.
Wallonië:
Vrij algemeen, maar veel zeldzamer in de Hoge Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora Batava, Jan Kops, F. A. Hartsen en F. W. van Eeden. Deel 13 (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


N0. 20-119
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgräsern, C. Schkuhr (1801)


Das Pflanzenreich, deel 20, H.G.A. Engler (1900-1968)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL