Wilde planten in Nederland en België

Polzegge - Carex cespitosa

Frysk:

English:

Français: Laîche en touffe

Deutsch: Rasen-Segge

Synoniemen: Zodezegge, Carex caespitosa

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Cespitosa betekent zodevormend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: April en mei.

Afmeting: 30-50(-80) cm.


Xepheid - CC BY-SA 3.0


Alexey P. Seregin - CC BY-NC 4.0


elena_tikhonova - CC BY-NC 4.0


Alexey P. Seregin - CC BY-NC 4.0

Wortels


© Joop C. Smittenberg - verspreidingsatlas.nl


europeana.eu - CC BY-SA 3.0


europeana.eu - CC0


europeana.eu - CC0

Stengels: Dichte pollen vormend. De slanke stengels zijn scherp driekantig en ruw.


© Joop C. Smittenberg - verspreidingsatlas.nl


Willie Riemsma - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Nikolay Panasenko - CC BY-NC 4.0

Bladeren: De heldergroene tot geelgroene bladen worden 1-3(-4) mm breed. Ze blijven lager dan de top van de bloeistengels. Bij verdroging rollen de randen van de bladschijf naar beneden om. De onderste bladscheden zijn donker rood- tot zwartbruin en meestal met een bladschijf. Ze rafelen netvormig. Tenslotte gaan ze over in een zwarte vezelmassa die de voet van de halmen omhult.


Aleksandr Ebel - CC BY-NC 4.0


Jurga Motiejūnaitė - CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Ольга Курякова - CC BY-NC 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeiwijze is kort en heeft één mannelijke topaar en meestal één of twee (soms drie) dicht bij elkaar staande, rechtopstaande vrouwelijke aren. De onderste is kort gesteeld. De aren zijn 1-2(-3) cm lang. De schutbladen zijn meestal borstelvormig en niet langer dan 1 cm. De bloemen hebbentwee stempels. De kafjes zijn zwartachtig.


Willie Riemsma - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


Eugene Popov - CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn 2-2½ mm lang en zijn aan beide kanten gewelfd. Verder zijn ze bruingroen, niet of zwak generfd en hebben ze een zeer korte snavel. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Geir Drange - CC BY-NC-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, matig voedselrijke veengrond (laagveen).

Groeiplaatsen: Moerassen (dichtgroeiende oude beekarmen) grasland (langs greppels in beekdalhooiland) en afgeplagde heide.

Verspreiding

Wereld: Midden- en Noord-Azië en Noordoost- en Midden-Europa. Westelijk tot in Duitsland en Midden-Frankrijk, met Nederland als voorpost.

Nederland: Zeer zeldzaam in Noord-Drenthe. Vroeger ook bij Staphorst. Afgenomen.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
Wallonië:
Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


No. 85a,b,c,d,e en No. 90
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgräsern, C. Schkuhr (1801)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Gramen cyperoides
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL