Puntig fonteinkruid - Potamogeton friesii

Frysk. Skerp bearzerûch

English. Flat-stalked Pondweed, Fries pondweed

Français. Potamot à feuilles mucronées, Potamogeton friesii

Deutsch. Stachelspitziges Laichkraut

Verouderde of andere namen. Potamogeton mucronatus

Familie. Potamogetonaceae (Fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie). Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Mucronatus betekent van een spitse punt voorzien. Friesii is genoemd naar de Zweedse mycoloog en botanicus Elias Magnus Fries (1794-1878).

Kruising. Puntig fonteinkruid kan een kruising vormen met Gekroesd fonteinkruid (Potamogeton x lintonii).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur. Overblijvend.

Plantvorm. Hydrofyt.

Hoofdbloei. Juni t/m augustus.

Afmeting. 50-120 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


roman_romanov - cc by-nc 4.0


Eduard Garin - cc by-nc 4.0


Gennadiy Okatov - cc by-nc 4.0

Wortels. Een dunne (nog geen mm dikke), vrij lang kruipende en rijk vertakte wortelstok.


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu - cc0-1.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0

Stengels. Een onbehaarde plant. De stengels zijn afgerond-afgeplat en voornamelijk bovenaan vertakt met talrijke korte zijtakjes (in de oksels van de bladen). Ze zijn tot meer dan 1 mm breed met meestal 3-5 cm lange stengelleden.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Eduard Garin - cc by-nc 4.0


Emma Silviana Mauri - cc by-nc-nd 4.0


Herbarium GARIN - cc by-nc 4.0

Bladeren. Alle bladen zijn ondergedoken. De op gras lijkende, zittende bladen zijn lijnvormig, 4 tot 5 cm lang en 2 tot 3½ mm breed, doorschijnend, lichtgroen en hebben meestal vijf nerven. De bladtop is stomp of toegespitst. Het net van mazen naast de middennerf is zichtbaar, maar vaak onduidelijk. De dwarsnerven staan vrij ver uit elkaar en onregelmatig (soms onduidelijk). Aan de voet van ieder blad zitten twee min of meer duidelijke, zwartachtige knobbels. De steunblaadjes bij de voet zijn met vergroeide randen stengelomvattend.


© Wim Langbroek - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


© Wim Langbroek - verspreidingsatlas.nl


Kristian Peters - cc by-sa 3.0

Bloemen. Tweeslachtig. De vrij korte (3-10 mm) aren zijn losbloemig en bevatten meestal drie of vier, heel soms tot tien, groenige bloemen. De aarsteel wordt 2-6 cm lang (twee tot drie keer zo lang als de aren) en is bovenaan verdikt.


Emma Silviana Mauri - cc by-nc-nd 4.0


Emma Silviana Mauri - cc by-nc-nd 4.0


Emma Silviana Mauri - cc by-nc-nd 4.0


Emma Silviana Mauri - cc by-nc-nd 4.0

Vruchten en zaden. Een steenvrucht. In de vruchttijd zijn de aren los en tot 15 mm lang. De vruchtjes zijn scheef ovaal, aan de buikzijde bolvormig, aan de rugzijde gekield, stomp, bijna 2 mm lang, 1,5 mm breed en glad met een kort spitsje. Vaak worden er maar weinig zaden gevormd. Tweezaadlobbig.


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in ondiep, kalkrijk, voedselrijk, stilstaand of zwak stromend, zoet of zwak brak water met een modderige, licht tot matig organische bodem van zeeklei, rivierklei, veen of zand. Soms ook in groter en dieper water.

Groeiplaatsen. Plassen, vijvers, kanalen, beken en sloten.

Verspreiding

Wereld. Koel-gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Nederland. Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen. Inheems. Zeer zeldzaam.

Wallonië. Inheems. Verdwenen. Na 1979 niet meer aangetroffen.

©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl