Wilde planten in Nederland en België

Purperorchis - Orchis purpurea

Frysk:

English: Lady orchid

Français: Orchis pourpré

Deutsch: Purpur-Knabenkraut

Synoniemen: Bruine orchis

Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Orchis betekent zaadbal of testikel. De beide wortelknollen lijken op testikels. Purpurea betekent purperkleurig.

Kruising: Purperorchis kan een bastaard vormen met Soldaatje (Orchis x hybrida).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 30-75 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Twee ongedeelde, ovale of eironde, grote wortelknollen.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org

Stengels: In de onderste helft van de vrijwel kale, rechtopstaande stengel zie je meerdere kleine schedevormende bladen. Meestal is de stengel purperkleurig is aangelopen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De drie tot zes grote grondstandige bladeren zijn langwerpig, spits, tot 20 cm lang, niet gevlekt en van boven glanzend. De hogere stengelbladen omhullen de stengel schedeachtig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De zeer korte schutbladen zijn schubvormig, eirond, spits, lichtviolet, aan de voet donkerder, éénnervig en veel korter dan het vruchtbeginsel. De ronde aar bevat tot enige tientallen welriekende bloemen en is 5-15 cm lang. De eivormige helm is van buiten roze, donkerpurper gevlekt of zwartpurper. De lip is veel lichter van kleur (roze tot wit) en 1-1½ cm. De lip heeft twee smalle zijslippen en een langere, brede middenslip, die aan de top gespleten is in twee brede zijlobben met daartussen een zeer klein middenlobje. De middenslip is aan de voet duidelijk breder dan de zijslippen en naar de top geleidelijk verbreed. Aan de voet en in het midden van de middenslip zitten paarse haarbundeltjes. De spoor is naar beneden gekromd en hoogstens half zo lang als het ook gekromde, dunne vruchtbeginsel. Het vruchtbeginsel is rolrond, soms zwak violet aangelopen. Het zuiltje is stomp.


© John Breugelmans - verspreidingsatlas.nl


© John Breugelmans - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


Cristiano Magni -
CC BY-NC-ND 4.0


Jeanne Muller - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht tot matig beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, voedselame, kalkrijke grond (leem en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (hellingbossen), bosranden, struwelen (kalkrijke zomen), grasland (kalkgrasland, in de buurt van bomen of struiken en grazige hellingen bij bossen) en bermen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland, Zuid-Engeland en Denemarken en zuidelijk tot in Midden-Spanje, Zuid-Italië en de Balkan.

Nederland: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Het meest  in de Voerstreek.
Wallonië:
Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 18, Jan Kops en F.W. van Eeden (1889)


Dierste Cullekenscruyt
Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Moninckx atlas, deel 8, J. Moninckx (1682-1709)


Deutschlands flora, deel 11, J. Sturm, J.W. Sturm (1821-1825)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)


Flora des Königreichs Hannover, deel 3, G.F.W. Meyer, A. Schumann (1854)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Flore illustré de Nice et des Alpes-maritimes. Iconographie des Orchidées, J.B. Barla (1868)


Ornithophora candida
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 5, A.Q. Rivinus (1690-1777)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Icones plantarum rariorum, N.J. von Jacquin, deel 1 (1781-1786)


Florae Austriaceae, deel 4, N.J. von Jacquin (1776)


Flora Londinensis, deel 6, William Curtis (1789-1798)


British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL