Wilde planten in Nederland en België

Rechte driehoeksvaren - Gymnocarpium robertianum

Frysk: Rjochte boekfear

English: Limestone Fern

Français: Polypode du calcaire

Deutsch: Ruprechtsfarn

Synoniemen: Dryopteris robertiana, Thelypteris robertiana, Currania robertiana, Beukvaren, Rechte beukvaren

Familie: Cystopteridaceae

Naamgeving (Etymologie): Gymnocarpium is afgeleid van gumnos (naakt) en carpos (vrucht). Robertianum betekent robertskruidachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Juni, juli, augustus, en september.

Afmeting: 10-45 cm.


Christian Berg -
CC BY-NC 4.0


alrumpel -
CC BY-NC 4.0


Joanne Redwood -
CC BY-NC 4.0


botanico -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Een vrij krachtige, donkerbruine wortelstok met vrij dikke wortelvezels. De hele wortelstok is begroeid met tot 4 mm dikke schubben. De top van de wortelstok is begroeid met bruine haren.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De bladsteel is één tot soms twee keer zo lang als de bladschijf. De bladsteel en bladspil zijn dicht behaard met heel korte klierharen. De bladsteel is één keer zo lang als de bladschijf.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Nate Martineau -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De stevige, kruidachtige bladeren maken geen hoek met de steel (ze zijn niet of maar weinig geknikt ten op zichte van elkaar). Ze zijn tot 40 cm lang, driehoekig (meer lang dan breed) met aan de onderkant. Ze verspreiden een duidelijke geur (denk aan de geur van Robertskruid). De deelblaadjes zijn vrij stevig (stijf), de onderste twee deelblaadjes zijn kleiner dan de rest van de bladschijf. De middennerf van het hele blad en vooral ook de onderzijde van de bladschijf is met korte klierharen bezet. De bladen blijven lang aanwezig in de winter, maar overwinteren niet.


benedikt_blueml -
CC BY-NC 4.0


MurielBendel -
CC BY-SA 4.0


Wolffia -
CC BY-SA 3.0


Adamantios -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Sporen op de onderkant van het blad. De sporangien zijn bruin en vloeien bij rijpheid samen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Christian Berg -
CC BY-NC 4.0

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme, kalkrijke grond (zand, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (lichtrijke loofbossen op mergel en lichte hellingbossen), struwelen, kalkrijke rotsen, in de voegen van oude muren, beschaduwde greppelkanten en langs spoorwegen (perronkanten).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond. Voornamelijk in gebergten.

Nederland: Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam. Meest in stedelijke gebieden.
Wallonië:
Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)


Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 4, E.J. Lowe (1839)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL