Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Rechte driehoeksvaren - Gymnocarpium robertianum

Frysk: Rjochte boekfear

English: Limestone Fern

FranÁais: Polypode du calcaire

Deutsch: Ruprechtsfarn

Synoniemen: Dryopteris robertiana, Thelypteris robertiana, Currania robertiana, Beukvaren, Rechte beukvaren

Familie: Cystopteridaceae

Naamgeving (Etymologie): Gymnocarpium is afgeleid van gumnos (naakt) en carpos (vrucht). Robertianum betekent robertskruidachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Juni, juli, augustus, en september.

Afmeting: 10-45 cm.


Piet Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Piet Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Wortels: De top van de wortelstok is begroeid met bruine haren. De hele wortelstok is begroeid met tot 4 mm dikke schubben.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De bladsteel is ťťn tot soms twee keer zo lang als de bladschijf. De bladsteel en bladspil zijn dicht behaard met heel korte klierharen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0

Bladeren: De stevige, kruidachtige bladeren maken geen hoek met de steel (ze zijn niet of maar weinig geknikt ten op zichte van elkaar). Ze zijn tot 40 cm lang, driehoekig (meer lang dan breed) met aan de onderkant . Ze verspreiden een duidelijke geur (denk aan de geur van Robertskruid). De deelblaadjes zijn vrij stevig en donkergroen, de onderste twee deelblaadjes zijn kleiner dan de rest van de bladschijf.


Piet Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


MurielBendel -
CC BY-SA 4.0


Wolffia -
CC BY-SA 3.0


Adamantios -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Sporen op de onderkant van het blad.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme, kalkrijke grond (zand, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (lichtrijke loofbossen op mergel en lichte hellingbossen), struwelen, kalkrijke rotsen, in de voegen van oude muren, beschaduwde greppelkanten en langs spoorwegen (perronkanten).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond. Voornamelijk in gebergten.

Nederland: Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam. Meest  in stedelijke gebieden.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)


Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 4, E.J. Lowe (1839)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL