Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Reigersbek (Gewone reigersbek en Duinreigersbek) - Erodium cicutarium

Frysk: Reagersbek, Dķnreagersbek

English: Common stork's-bill, Redstem stork's bill. Dune storksbill

FranÁais: Bec-de-grue, Erodium des dunes

Deutsch: GewŲhnlicher Reiherschnabel, DŁnen-Reiherschnabel

Synoniemen:

Familie: Geraniaceae (Ooievaarsbekfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De vrucht lijkt op de snavel van een reiger, vandaar de Nederlandse naam reigersbek. Erodium is afgeleid van het Griekse erodios (reiger), omdat de vruchten op de snavel van een reiger lijken. Cicutarium betekent als Cicuta (Waterscheerling). Dunense betekent uit de duinen.

Ondersoorten: Er komen bij ons twee ondersoorten voor: Gewone reigersbek (Erodium cicutarium subsp. cicutarium) en Duinreigersbek (Erodium cicutarium subsp. dunense).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: tTherofyt.

Bloeimaanden: April, mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-60 cm.

Gewone reigersbek


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Duinreigersbek


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


freenatureimages.eu - Willem van kruijsbergen


freenatureimages.eu - Jan van der Straaten

Wortels: Een hoofdwortel met bijwortels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: Gewone reigersbek: De niet kleverige stengels zijn vaak sterk vertakt. Ze zijn begroeid met gewone haren met daartussen korte klierharen. Soms grote matten vormend.
Duinreigersbek: De plant vormt vaak grote matten. Duinreigersbek is meestal iets kleiner dan Gewone reigersbek.

Gewone reigersbek

© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Duinreigersbek


Yves Hardouin - tela-botanica.org -  CC BY-SA 2.0 FR


Vincent Videlot - tela-botanica.org -  CC BY-SA 2.0 FR


freenatureimages.eu - Willem van kruijsbergen


floredefrance.com - CC-BY-NC-SA-3.0

Bladeren: De bladen zijn vaak rood aangelopen en tot aan de middennerf veerdelig. De deelblaadjes zijn nog een keer gedeeld in smalle, spitse slippen.

Gewone reigersbek


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Duinreigersbek


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Yves Hardouin - tela-botanica.org -  CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Gewone reigersbek: Tweeslachtig. Bloeiwijzen met vaak drie of meer bloemen. Deze zijn paarsrood of wit, 0,8-1,7 cm en meestal met een vlek op de twee bovenste, korte kroonbladen. Bloemen met tienstijl en vijf stempels.
Duinreigersbek: Bloeiwijzen met meestal drie tot vijf bloemen. De bloemen zijn meestal lichtroze of wit, niet gevlekt en 0,8-1,4 cm groot.

Gewone reigersbek


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Duinreigersbek


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Pat Desnos - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Gewone reigersbek: Een kluisvrucht. De behaarde vruchten zijn 1-4 cm lang. De dopvruchtjes hebben onder de indeukingen aan de top een richeltje met daaronder een groefje. Tweezaadlobbig.
Duinreigersbek: De deelvruchtjes zijn 5-6 mm lang. De dopvruchtjes hebben onder de indeukingen aan de top een richel en daaronder een onduidelijke groef. De snavels zijn 2,2-2,8 cm lang.

Gewone reigersbek


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Duinreigersbek


kuleuven-kulak.be/bioweb


Pat Desnos - tela-botanica.org -  CC BY-SA 2.0 FR


Yves Hardouin - tela-botanica.org -  CC BY-SA 2.0 FR


Pat Desnos - tela-botanica.org -  CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Gewone reigersbek: Zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, basische grond (zand, zavel en stenige plaatsen).
Duinreigersbek: Zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme, kalkrijke, vaak min of meer omgewerkte zandgrond.

Groeiplaatsen: Gewone reigersbek: Akkers, pioniervegetaties, bermen, braakliggende grond, opgespoten grond, langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), ruderale plaatsen, vluchtheuvels, parkeerplaatsen, tussen straatstenen, grasland (grasvelden, weiland en open plekjes in hooiland), zandstrandjes in het IJsselmeergebied, zeeduinen (langs duinpaden en voormalige duinakkertjes), rivierduinen en ruigten.
Duinreigersbek: Zeeduinen, rivierduinen, enigszins ruderale plaatsen en langs spoorwegen (spoordijken).

Verspreiding

Wereld: Gewone reigersbek: In alle werelddelen. Vermoedelijk komt de plant oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied.
Duinreigersbek: Kustgebieden vanaf Zuid-Frankrijk tot in Schotland, oostelijk tot in het Oostzeegebied.

Reigersbek

Gewone reigersbek

Duinreigersbek

Nederland: Gewone reigersbek: Algemeen, maar zeldzamer in  zeekleigebieden.
Duinreigersbek: Vrij algemeen in de duinen. Elders soms op aangevoerd duinzand, met name in stedelijke gebieden.

Gewone reigersbek

Duinreigersbek

Vlaanderen: Gewone reigersbek: Algemeen.
Duinreigersbek: Vrij algemeen in de duinen. Elders veel zeldzamer.
WalloniŽ:
Gewone reigersbek: Vrij algemeen, maar zeer zeldzaam in de Ardennen.
Duinreigersbek: Niet in WalloniŽ.

Gewone reigersbek

Duinreigersbek

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Geranium gruinale - Craenhals
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Botanische wandplaten


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amťdťe Masclef (1890)


Nouvelle iconographie fourragŤre (Atlas) J. Gourdon, P. Naudin (1865-1871)


Myrrhids Plinii
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


New KreŁterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Flora regni borussici, deel 5, A.G. Dietrich (1837)


Flora Parisiensis, deel 4, P. Bulliard (1776-1781)


Geranium muscatum inodorum
Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 4, A.Q. Rivinus (1690-1777)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL