Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Reuzenbalsemien - Impatiens glandulifera

Andere namen

Frysk: Grutte balsemyn

English: Himalayan Balsam

Français: Balsamine géante

Deutsch: Drüsiges Springkraut

Verouderde of andere namen: Springbalsemien

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Ericales

Familie: Balsaminaceae (Balsemienfamilie)

Geslacht: Impatiens (Springzaad)

Soort: Impatiens glandulifera

Naamgeving (Etymologie): Impatiens is het Latijnse woord voor ongeduldig, naar het plotseling openspringen van de rijpe vrucht bij aanraking. Glandulifera betekent klierdragend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 60-200 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een stengelvoet met steltwortels.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De rechtopstaande, stevige stengels zijn dik, geribd, kaal en verdikt met brede knopen. Met klierharen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De tegenoverstaande of in kransen van drie tot vijf zittende bladeren zijn langwerpig, toegespitst en scherp getand. Ze hebben rode punten op de zaagtanden en forse, knotsvormige rode klieren in de bladoksels.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in pluimen met twee tot vijftien bloemen op rechte, schuin omhoog staande stelen. Ze zijn rozewit, soms rood of wit, van binnen gevlekt en 2½-4 cm groot. Het onderste kelkblad is zakvormig en heeft een korte, gekromde en donkerder gekleurde spoor. Ze verspreiden een zoete geur. De vijf meeldraden hebben vergroeide helmhokken.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn eivormig tot peervormig en maken een hoek met hun steel. De rijpe vruchten springen met een knalletje open bij aanraking. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, vrij open plaatsen op vochtige tot natte, voedselrijke tot zeer voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Bossen, bosranden, ruigten (natte ruigten), aanspoelselgordels in rivierbegeleidende bosjes, waterkanten, uiterwaarden, bij stuwen, verruigende beekdalen, ruigten, plantsoenen, braakliggende grond, steenglooiingen, langs spoorwegen (spoorbermen) en soms in akkers.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-India en het aangrenzende deel van de Himalaya. Ingeburgerd in Europa, Nieuw-Zeeland en Canada.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen. Het meest in het rivierengebied en in stedelijke gebieden. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in het Maasgebied. Ingeburgerd sinds het begin van de twintigste eeuw.
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.


Wallonië: Vrij algemeen in het Maasgebied.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra