Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Reuzenpaardenstaart - Equisetum telmateia

Frysk: Grutte rŻgebal

English: Great Horsetail

FranÁais: Grande prÍle

Deutsch: Riesen-Schachtelhalm

Synoniemen: Equisetum maximum

Familie: Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren), omdat veel soorten op een paardenstaart lijken. Telmateia betekent in het moeras groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Maart, april en mei.

Afmeting: 30-180 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb

Wortels: Een donkerbruine wortelstok met knollen. Jonge delen zijn begroeid met rossige haren. De wortels kunnen tot 4 meter diep gaan.


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0


images.cyberfloralouisiana.com -
CC0-1.0


herbariaunited.org

Stengels: De bleekwitte stengels zijn ongeveer 1 cm dik. Ze zijn stevig, zwak geribd, bijna glad, met twintig tot veertig onopvallende ribben, vertakt in regelmatige, dichte kransen van vele schuin omhoogstaande, soms iets overhangende zijtakken. De groene zijtakken zijn vrijwel altijd  niet vertakt. De centrale holte is ongeveer tweederde van de middellijn van de stengel. De tot 2 cm lange, los aanliggende  stengelscheden zijn bleekgroen, de bovenrand is bruinig. Met lange priemvormige, bruine, iets vliezig gerande tanden. De grootste breedte van plant ligt dicht onder de top.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bladeren: De bladkransen zijn lichtgroen, maar bovenaan bruin. De priemvormige tanden hangen niet samen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Sporen. De vruchtbare stengels verschijnen eerder dan de onvruchtbare. Ze sterven af als de sporen rijp zijn. Deze vruchtbare stengels hebben klokvormige, donkerbruine bladkransen zonder bladgroen en zijn niet vertakt. Ze zijn stevig, hebben zes tot twaalf leden en worden tot 50 cm lang en tot ruim 1 cm dik. De scheden hebben twintig tot veertig tanden. De sporenaar is stomp en wordt 4-10 cm lang.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


Eugene Zelenko -
GFDL


Eugene Zelenko -
GFDL

Biotoop

Bodem: Soms zonnige, maar meestal licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot meestal natte, voedselrijke grond, met horizontaal bewegend grondwater. Vooral op plekken met kalkhoudende kwel. Ook in zilt milieu (op leem, zand, zavel, klei en lŲss).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, natte bossen en beschaduwde bronhellingen), bosranden, struwelen, plantsoenen, bermen, grasland (door kwel beÔnvloed grasland), langs spoorwegen (spoorbermen), waterkanten (sloten, natte greppels en langs kasteelgrachten), aan de voet van dijken en op pas drooggevallen zandplaten.

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in Europa. Ook in Westelijk Noord-Amerika.

Nederland: Zeldzaam. Het meest in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Plaatselijk vrij algemeen in de Leemstreek en de Voerstreek. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.


WalloniŽ: Plaatselijk vrij algemeen in Brabant en in Lotharingen (vooral in de zuidelijke Ardennen). Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Equisetum majus
Description, vertus et usages de sept cents dix-neuf plantes, tant ťtrangŤres que de nos climats, deel 2, F.A.P. de Garsault (1767)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra