Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Reuzenpaardenstaart - Equisetum telmateia

Frysk: Grutte rŻgebal

English: Great Horsetail

FranÁais: Grande prÍle

Deutsch: Riesen-Schachtelhalm

Synoniemen: Equisetum maximum

Familie: Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren), omdat veel soorten op een paardenstaart lijken. Telmateia betekent in het moeras groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Maart, april en mei.

Afmeting: 30-180 cm.


Graham Chisholm - CC BY-NC 4.0


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Linda Terrill - CC BY-NC 4.0

Wortels: Een donkerbruine. krachtige wortelstok met knollen. Jonge delen zijn begroeid met rossige haren. De wortels kunnen tot 4 meter diep gaan.


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0


images.cyberfloralouisiana.com -
CC0-1.0


herbariaunited.org

Stengels: De bleekwitte, rechtopstaande stengels zijn ongeveer 1 cm dik. Ze zijn stevig, vrij dik, zwak geribd, bijna glad, met twintig tot veertig onopvallende ribben, vertakt in regelmatige, dichte kransen van vele schuin omhoogstaande, soms iets overhangende zijtakken. De groene zijtakken zijn vrijwel altijd niet vertakt. De centrale holte is ongeveer tweederde van de middellijn van de stengel. Hij draagt iets verwijde, kortcilindrische, aanliggende scheden. Deze zijn evenals die van de vruchtbare stengel gegroefd, beneden groenachtig-wit, aan de bovenrand bruin, evenals de circa 30 borstelvormige tanden. De grootste breedte van plant ligt dicht onder de top. De takken zijn dun, groen, ruw en door de diepe groeven van de 4 lijsten 8-kantig. De scheden hebben 4 lancetvormige tanden.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Kate Bauer -
CC BY-NC 4.0


Nathalie De Somer -
CC BY-NC-ND 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bladeren: De bladkransen zijn lichtgroen, maar bovenaan bruin. De priemvormige tanden hangen niet samen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: De vruchtbare stengels verschijnen eerder dan de onvruchtbare. Ze sterven af als de sporen rijp zijn. Deze vruchtbare, witachtige en stevige stengels worden 15-30, maar soms tot 50 cm lang en tot ruim 1 cm dik. Ze zijn zwak gegroefd, hebben klokvormige, donkerbruine bladkransen zonder bladgroen en zijn niet vertakt. Ze hebben zes tot twaalf leden. Dichtopeenstaande, buikige en ten slotte trechtervormige scheden met twintig tot veertig, beneden lichtbruine en bovenaan donkerbruine, priemvormige, aan de top borstelvormige tanden (vaak met 2-3 bijeenstaand). De bruine, langwerpig-cilindrische sporenaar (aan de top zwart) is stomp en wordt 4-10 cm lang en 1-2 cm breed. De as van de aar is hol.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


Eugene Zelenko -
GFDL


Eugene Zelenko -
GFDL

Biotoop

Bodem: Soms zonnige, maar meestal licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot meestal natte, voedselrijke grond, met horizontaal bewegend grondwater. Vooral op plekken met kalkhoudende kwel. Ook in zilt milieu (op leem, zand, zavel, klei en lŲss).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, natte bossen en beschaduwde bronhellingen), bosranden, struwelen, plantsoenen, bermen, grasland (door kwel beÔnvloed grasland), vochtige plakken langs hellingen, langs spoorwegen (spoorbermen), waterkanten (sloten, natte greppels en langs kasteelgrachten), aan de voet van dijken en op pas drooggevallen zandplaten.

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in Europa. Ook in Westelijk Noord-Amerika.

Nederland: Zeldzaam. Het meest in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in Brabant en in Lotharingen. Elders zeldzamer.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Equisetum majus
Description, vertus et usages de sept cents dix-neuf plantes, tant ťtrangŤres que de nos climats, deel 2, F.A.P. de Garsault (1767)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL