Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Ribbelzegge - Carex vulpinoidea

Frysk:

English: American Fox-sedge

FranÁais: LaÓche fausse

Deutsch: Fuchsšhnliche Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Vulpinoidea betekent enigszins voskleurig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni.

Afmeting: 30-100 cm.


rayrob -
CC BY-NC 4.0


Willemien Troelstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Jay Sturner -
CC BY 2.0


Daderot -
CC0

Wortels: Geen wortelstok.


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0


Joey Shaw -
CC BY-NC 4.0


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0

Stengels: Dichte pollen vormend. De rechtopstaande, ruwe, geribbelde stengels zijn driekantig en 2 mm dik.


Willemien Troelstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Chris Poling -
CC BY-NC 4.0


Nate Martineau -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De 120 cm lange en 2-5 mm brede bladeren zijn roodbruin of lichtbruin met aan de top vlekjes. Het vliezige deel van de bladschede heeft vele dwarse ribbels. Het tongetje is 2 mm lang en heeft een ronde top. De bladschede is aan de voorkant roodbruin of lichtbruin gevlekt.


Konrad Lackerbeck -
CC0


Joey Shaw -
CC BY-NC 4.0


Erin Faulkner -
CC BY-NC 4.0


Laura Shappell -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Het onderste schutblad heeft een bladschede, die tot 4 mm lang wordt. De 7-10 cm lange en 1,5 cm brede bloeiwijze heeft tien tot vijftien, tweeslachtige aren. De mannelijk bloemen vind je bovenaan en de vrouwelijk onderaan in de aar. De kafjes zijn lichtbruin en vliezig. De uittredende, tot 3 mm lange middennerf van de kafjes steekt borstelvormig spits uit. Het vruchtbeginsel heeft twee stempels.


© Dick Kerkhof - verspreidingsatlas.nl


Jay Sturner -
CC BY 2.0


Suzanne Cadwell - CC BY-NC 4.0


Nathaniel Russell -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: De urntjes zijn 2-2Ĺ mm lang. De 0,8 tot 1,2 mm lange snavel heeft twee tanden. Het roodbruine, eivormige en lensvormige nootje is 1,2-1,4 mm lang en 1 mm breed. Eenzaadlobbig.


Nathaniel Russell -
CC BY-NC 4.0


cbeem -
CC BY-NC 4.0


mhough -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, verstoorde grond (overspoelde kleibodems).

Groeiplaatsen: Waterkanten.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Ingeburgerd in verschillende Europese landen.


Nederland: Zeer zeldzaam in het rivierengebied. Voor het eerst gevonden in 1930 in Schiedam. Ingeburgerd tussen 1925 en 1949. Vaak niet lang standhoudend op een plek.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


No. 144
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgršsern, C. Schkuhr (1801)


Das Pflanzenreich, deel 20, H.G.A. Engler (1900-1968)


Carex setacea - Carex multiflora
The American journal of science and arts, deel 9 en 10 (1818-1885)


Illustrations of the genus Carex,deel 3, Francis Boott (1862)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL