Wilde planten in Nederland en België

Ridderzuring - Rumex obtusifolius en Bermzuring - Rumex x pratensis

Frysk: Poddeblêd

English: Broad-leaved Dock

Français: Patience sauvage

Deutsch: Stumpfblättriger Ampfer

Synoniemen:

Familie: Polygonaceae (Duizendknoopfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zuring duidt op de zure smaak van de plant (door de aanwezigheid van oxaalzuur). Rumex komt het Latijnse woord rumex (werpspies), hetgeen slaat op de bladvorm van een aantal soorten. Obtusifolius betekent met stompe bladen. Pratensis betekent in weiden groeiend.

Ondersoorten: Er worden twee ondersoorten onderscheiden: Rumex obtusifolius subsp. obtusifolius en Rumex obtusifolius subsp. transiens. Waar de beide ondersoorten dooreengroeien vindt men bijna steeds vruchtbare tussenvormen.

Kruising: Bermzuring is de hybride van Krulzuring en Ridderzuring. Klik hier voor de beschrijving van Bermzuring.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 80-150 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een stevige, zeer lange, taaie en sterk vertakte penwortel.


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


plantdata.bio.cmich.edu -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De rechtopstaande, geribde stengels zijn vaak rood aangelopen.


Prazak -
CC BY-SA 3.0


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Boris Gaberšcek -
CC BY 2.5 si


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De wortelstandige bladeren en de onderste stengelbladeren zijn groot en breed (breder dan 5 cm), eirond, met een diep hartvormige voet en zijn niet of nauwelijks gekroesd. De verspreidstaande hogere bladeren zijn smaller, 10-30 cm lang, hebben geen hartvormige en een meestal vlakke bladrand. Op de plaats waar debladsteel aan de stengel vast zit zie je een vliezig tuitje.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zijn groenig of wat roodachtig en zitten in groepjes bijeen. De bloempluim is meestal vrij los en breed met boogvormig opstijgende takken. Onderaan zijn de pluimen bebladerd. De binnenste drie bloemdekbladen hebben aan beide kanten drie tot acht tanden. Eén of alle drie bloemdekbladen hebben knobbels. Verder heeft een bloem drie buitenste bloemdekbladen, zes meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met een stijl en drie stempels.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De binnenste bloemdekbladen vormen de vruchtkleppen. Deze zijn driehoekig-eirond met flinke tanden, die meer dan tweemaal zo lang als breed zijn. Van de drie kleppen is er meestal één met een knobbel. Vruchten en zaden verschillen in grootte (ook aan één plant). Er worden veel zaden geproduceerd. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.

Rumex obtusifolius subsp. obtusifolius: De vruchtkleppen zijn eirond tot langwerpig met aan beide kanten verscheidene lange tanden. Meestal met slechts één knobbel op het bloemdek, zeer zelden drie knobbels.
Rumex obtusifolius subsp. transiens: De vruchtkleppen zijn langwerpig of nog smaller met aan beide kanten weinig korte tanden, soms zelfs helemaal ongetand. Steeds met drie dikke knobbels op het bloemdek. De vruchtttrossen zijn bij rijpheid vaak geelachtig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Willie Riemsma -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak bemeste, omgewerkte grond (alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Tuinen, grasland (grasvelden, weiland, paardenweiden en beschaduwd grasland), bermen, dijken, ruderale plaatsen, ruigten (humeuze ruigten), braakliggende grond, waterkanten (o.a. rivieroevers, hoge aanspoelselgordels langs rivieren en langs sloten), perceelsscheidingen, bossen (wilgenbossen en langs bospaden), struwelen, heggen, boomgaarden en plantsoenen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa. Nu in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.

Nederland: Zeer algemeen.

Vlaanderen: Zeer algemeen.

Wallonië: Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Lapathon agrion,
Cruijdeboek, deel 5, Rembert Dodoens. Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt (1554)


Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen. Tweede boek. Van alle lage boomen, en heesteren of struvellen. Abraham Munting (1696)


Deutschlands flora, deel 17, J. Sturm, J.W. Sturm (1838-1839)


Plantae medicinales, deel 2, Nees von Esenbeck, M.F. Wijhe, A. Henry (1828-1833)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Lapathum folio minus acuto
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Fig. 1-10
Genera plantarum florae germanicae, Dicotyledones 1, Monochlamidae, deel 1, T.F.L. Nees von Esenbeck (1835)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)

 

Bermzuring - Rumex x pratensis

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Frysk: Bermsurk

English: Hybrid Dock

Français: Rumex des prés

Deutsch: Wiesen-Ampfer

Synoniemen: Rumex acutus, Rumex crispus x obtusifolius

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 80-150 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


David Mercier  - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Mercier  - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een penwortel.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


sweetgum.nybg.org -
CC BY 4.0

Stengels: Rechtopstaande stengels.


kuleuven-kulak.be/bioweb


David Mercier  - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De bladen zijn meestal gekroesd. De onderste bladen zijn langwerpig en vaak smaller dan vijf cm, naar de top worden ze geleidelijk smaller, met een minder duidelijke hartvormige bladvoet.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


David Mercier  - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Mercier  - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zijn groenig.


© Aren van Waarde -
CC BY-NC-ND 3.0


© J.E.van Klinken -
CC BY-NC-ND 3.0


© Roel Schwartz -
CC BY-NC-ND 3.0


© Roel Schwartz -
CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Er zijn echter niet of nauwelijks rijpe vruchten. Tweezaadlobbig.


alienplantsbelgium.be -
CC BY 3.0


Willem Vergoossen -
CC BY-NC-ND 3.0


Willem Vergoossen -
CC BY-NC-ND 3.0


Willem Vergoossen -
CC BY-NC-ND 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige, voedselrijke, humeuze grond.

Groeiplaatsen: Bermen. grasland en humeuze ruigten.

Verspreiding

Wereld: Europa.

Nederland: Algemeen. Vrijwel alleen tussen de stamouders.

Vlaanderen: Plaatselijk vrij algemeen. Vrijwel alleen tussen de stamouders. In hetzelfde verspreidingsgebied als Krulzuring en Ridderzuring.

Wallonië: Vrij zeldzaam. Vrijwel alleen tussen de stamouders.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Bermzuring of Kluwenzuring?
Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Deutschlands flora, deel 17, J. Sturm, J. en J.W. Sturm (1838-1839)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)

 

© 2001-2020 K.M. Dijkstra