Wilde planten in Nederland en België

Riempjes - Corrigiola litoralis

Frysk: Riemkes

English: Strapwort

Français: Corrigiola des grèves

Deutsch: Hirschsprung

Synoniemen: Corrigiola littoralis, Achyronychia cooperi

Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Corrigiola is afgeleid van het Latijnse corriga (riem), vanwege de gestrekte, slanke en taaie stengels. Litoralis betekent de zeekust bewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-30 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Bert Blok - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De dunne stengels liggen in een kring uitgespreid met veel liggende tot rechtopstaande takken, die niet wortelen en vaak rood zijn aangelopen.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Hugues Tinguy -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De blauwgroene, verspreidstaande blaadjes zijn lijnvormig tot langwerpig met de grootste breedte bovenaan (een stompe top). De steunblaadjes zijn klein en vliezig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Christophe Bernier -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De zeer kleine, witte of soms roze bloemen zijn eivormig, vijftallig en met vijf meeldraden en drie stempels. De kelkbladen hebben een bruinpaars of soms groen middendeel en een brede witte rand. Ze zijn ongeveer even lang of iets langer dan de kroonbladen. De bloemen vormen samen kluwens in de bladoksels en aan het eind van de stengels.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht (een half onderstandig nootje). Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier en tredplant) op 's zomers droge tot vochtige, kalkarme, matig voedselrijke tot matig voedselarme, zwak zure grond (grof zand of soms lemige grond, fijn grind en op stenige plaatsen). Vaak op licht betreden plaatsen.

Groeiplaatsen: Waterkanten (drooggevallen, zandige rivieroevers en grindbanken), iets ruderale plaatsen, langs spoorwegen (op stenige plaatsen van spoorwegterreinen, tussen fijn grind of grof zand op de ballastbedden) en zandige bermen (langs zandwegen en heidepaadjes).

Verspreiding

Wereld: West- en Zuid-Europa en Noordwest-Afrika, noordwestelijk tot in Nederland. Noordwest-Europa valt voor een groot deel buiten het oorspronkelijke verspreidingsgebied. In Engeland is de soort slechts op een plek inheems.

Nederland: Zeldzaam in het oosten en midden van het land en in stedelijke gebieden. Zeer sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Zeer sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 7, J.E. Sowerby (1867)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL