Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Rietgras - Phalaris arundinacea

Frysk: Roggegers

English: Reed Canary-grass

Français: Baldingère

Deutsch: Rohrglanzgras

Synoniemen: Typhoides arundinacea

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Phalaris is afgeleid van het Griekse phalàros (glanzend), een verwijzing naar de glanzende zaden. Arundinacea betekent op Arundo gelijkend oftewel rietachtig.

Opmerking: Een andere soort uit dit geslacht is Kanariezaad (Phalaris canariensis). Deze komt geregeld verwilderd voor (opslaand vanuit vogelzaad), maar is niet ingeburgerd.
Deze eenjarige plant, zonder wortelstokken, wordt 20-70 cm hoog. De bloeimaanden zijn: juni, juli, augustus, september en oktober. De witte, groen gestreepte, 1-6 cm lange bloeiwijze is eivormig of langwerpig-eivormig. De kelkkafjes zijn 6-10 mm lang. De kiel in het bovenste deel is breed gevleugeld en opvallend groen.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


© Willem Vergoossen -
CC BY-NC-ND 3.0


© Louis Geraets -
CC BY-NC-ND 3.0


© Jan Wessels -
CC BY-NC-ND 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 50-200 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Dick Kerkhof - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Wortels: Dikke en ver kruipende en meestal roze wortelstokken met holtes.


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


bisque.cyverse.org -
CC0-1.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Rietgras heeft rechtopstaande stengels, die hol zijn tussen de knopen. Het vormt grote haarden.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matti Virtala -
CC0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De vlakke bladeren hebben zwakke, afgeronde ribben en een brede platte middennerf. Ze zijn 0,6-2 cm breed en hebben een gladde bladrand (Riet heeft een ruwe bladrand). De bladeren zijn eerst ingerold. De nerven van de bladschede zijn door dwarsnerfjes met elkaar verbonden. Het tongetje is vliezig (Riet heeft een harig tongetje), wordt tot meer dan 1 cm lang en gaat vaak rafelen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim staat uitgespreid en is smal-kegelvormig. De pluim wordt 10-25 cm lang en is witgroen of roodachtig van kleur. De roze, paarsachtige tot bruine aartjes zijn zijdelings afgeplat en worden 5-7 mm lang. De aartjes vormen dichte kluwens aan de pluimtakken. Elk aartje bevat één bloem en vier kelkkafjes, waarvan twee veel kleiner. De twee grotere kelkkafjes zijn driehoekig-eirond, toegespitst, hebben drie nerven, zijn scherp gekield en worden 5-6,5 mm lang.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Jean Claude Estatico - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Rietgras


Kanariezaad
Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot meestal natte, voedselrijke tot zeer voegselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond en in ondiep, voedselrijk water. Zowel in zoet als in brak milieu (vrijwel alle grondsoorten). Vaak op plekken met een sterk wisselenede waterstand.

Groeiplaatsen: Waterkanten (aanspoelselgordels, enigszins luwe plekken aan rivieroevers, kribben, basaltglooiingen, slootkanten en langs greppels), moerassen (rietland), grasland (verruigd grasland en weiland), bermen (ruige plaatsen), langs spoorwegen (spoorbermen), ruigten, lagere delen van uiterwaarden, bossen en bosranden (grienden, beekbegeleidende bossen en bronbossen).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond. Ook in Zuid-Afrika, Australië en in gebergten in Kenya en op Java (voor een deel ingeburgerd).

Kanariezaad: Oorspronkelijk uit Noord-Afrika en het westelijke Middellandse Zeegebied.

Nederland: Algemeen.

Kanariezaad: Verwilderd, maar niet ingeburgerd.

Vlaanderen: Algemeen.

Kanariezaad: Niet ingeburgerd.

Wallonië: Algemeen.
Kanariezaad: Niet ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 4 (1791)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Svensk botanik, deel 2, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


La flore et la pomone francaises, deel 5, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1832)


Gramen sulcatum vel striatum album
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra