Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Rietzwenkgras - Schedonorus arundinaceus

Frysk: HŻnebosk

English: Tall Fescue (Common Rivergrass)

FranÁais: Fťtuque roseau

Deutsch: Rohr-Schwingel

Synoniemen: Festuca elatior, Festuca arundinacea, Scolochloa festucacea

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Festuca komt van het keltische fest (weiland). Arundinacea betekent rietachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 50-200 cm.


ChloťM - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Harry Rose -
CC BY 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Wortels: Geen wortelstokken of uitlopers.


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


images.cyberfloralouisiana.com -
CC BY-NC 3.0


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


http://prc-symbiota.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0

Stengels: De rechtopstaande, vrij donkergroene stengels zijn stug en voelen ruw aan. Rietzwenkgras vormt grote, dichte pollen of horsten.


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bladeren: De bladeren worden tot meer dan een Ĺ meter lang en tot ruim 1 cm breed. De onderkant is glanzig. De bladeren zijn geleidelijk in een punt versmald. Het vliezige tongetje wordt hoogstens 2,5 mm lang. De stengelomvattende, spitse bladoortjes zijn gewimperd. De oude bladscheden vezelen niet.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim is groot, los en hangt aan de top meestal over. Op de onderste knoopvan de pluim zitten meestal twee of drie takken, die elk tenminste vier aartjes hebben. De aartjes bevatten tenminste drie bloemen. De kelkkafjes hebben een afgeronde rug. De onderste kroonkafjes zijn 6-9 mm. Ze zijn niet genaald of ze hebben een naald van maximaal 4 mm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Eenzaadlobbig.


Matt Lavin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige of zelden licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, zoete tot brakke, voedselrijke, meestal basenrijke, zwak zure tot kalkrijke, verstoorde grond (allerlei grondsoorten, maar het meest op klei).

Groeiplaatsen: Grasland (verruigd grasland), bermen, waterkanten (stenen beschoeiingen van kanaaloevers, kribben, aanspoelselgordels langs rivieren en zeearmen, langs greppels en in rietkragen), ruigten, zeeduinen (duinvalleien en zelden door de zee bereikte strandvlakten), wegranden (vastgereden stroken langs wegen), bossen (langs bospaden), bosranden, struwelen (wilgenopslag in afgravingen, met name kleigroeven), uiterwaarden en ruige dijken.

Verspreiding

Wereld: West- en Midden-Europa. Hier en daar ingeburgerd in andere werelddelen. Ingeburgerd in Noord-Amerika. Andere ondersoorten groeien in Zuidwest-Europa, het Middellandse-Zeegebied, Zuidoost-Europa en Zuidwest-AziŽ.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Fig. 15-19
Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Icones et descriptiones graminum austriacorum, deel 1, N.T. Host (1801)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL