Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Rivierfonteinkruid - Potamogeton nodosus

Frysk: Langst‚lbearzerŻch

English: Loddon pondweed

FranÁais: Potamot ŗ feuilles flottantes

Deutsch: Flutendes Laichkraut

Synoniemen: Potamogeton lonchites

Familie: Potamogetonaceae (Fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Nodosus betekent knopig.

Kruising: Rivierfonteinkruid kan een bastaard vormen met Drijvend fonteinkruid (Potamogeton x schreberi).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 40-200 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


David Sarkozi -
CC BY-NC 4.0


Uoaei1 -
CC BY-SA 4.0


Christophe Girod - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een sterk vertakte wortelstok.


fm-digital-assets.fieldmuseum.org -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De stengels worden tot 1 meter lang en zijn naar boven toe weinig vertakt. De 3,5 tot 26 cm lange bladsteel is vaak langer dan de bladschijf.


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De ondergedoken bladeren zijn lijnvormig tot langwerpig (9 tot 20 cm lang en 1 tot 3,5 cm breed) en opvallend netvormig geaderd (7 tot 15 hoofdnerven). De jonge bladeren hebben zeer fijne tandjes, die later afslijten. Ze hebben een spitse top. De 4,5 tot 12,5 cm lange steunblaadjes zijn lichtbruin. De drijvende, lichtgoene bladeren zijn breder en liggen waaiervormig uitgespreid op het water. Ze zijn dun leerachtig en iets doorschijnend. De grootste breedte is ongeveer in het midden en ze versmallen aan de wigvormige tot ronde voet. Aan de onderkant hebben ze sterk uitspringende nerven en aan de voet zijn ze plotseling versmald. De bladsteel is vaak langer dan de 3 tot 11 cm lange en 1,5 tot 4,5 cm brede bladschijf.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Mathew -
CC BY-NC 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De 3 tot 15 cm lange aarstelen zijn even dik of meestal dikker dan de stengel en naar boven enigszins verdikt. De 2 tot 7 cm lange aren zijn slank. De 3 mm grote bloemen zijn groenig. De bloemen hebben vier kroonbladen en vier meeldraden.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Denis Davydov -
CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Gena Bentall -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een steenvrucht. De rode tot roodbruine, eivormige vruchtjes zijn 3 tot 4 mm lang en 2,5 tot 3 mm breed. Ze zijn scherp gekield en hebben een rechte snavel. De vrucht is geribd. Het kiempje is spiraalvormig. Er vindt echter maar weinig zaadvorming plaats. Tweezaadlobbig.


Gena Bentall -
CC BY-NC 4.0


Giorgio Faggi - http://luirig.altervista.org


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in niet te ondiep, zwak tot matig snel stromend, voedselrijk, kalkhoudend water met een bodem van van klei of grind.

Groeiplaatsen: Water (rivieren, grindgaten, stenen beschoeiingen, kanalen, vijvers, plassen, sloten en oude waterlopen).

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het noorden, AziŽ, Noord- en Midden-Amerika en Afrika.

Nederland: Zeldzaam in het rivierengebied. In 1954 voor het eerst gevonden in de Maas.

Vlaanderen: Zeldzaam in het Maasgebied. Pas in 1979 voor het eerst waargenomen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL