Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Rode aardbeispinazie - Blitum virgatum

Frysk: Framboazemealje

English: Strawberry Goosefoot

Français: Épinard fraise rouge

Deutsch: Erdbeerspinat

Synoniemen: Chenopodium virgatum, Chenopodium foliosum

Familie: Amaranthaceae (Amarantenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam is vanwege de rode schijnvruchten. Chenopodium is afgeleid van het Griekse Chenos (gans) en podion (voetje), vanwege de bladvorm, die op de pootafdruk van een gans lijkt. Foliosum betekent bladrijk of bladachtig. Blitum is afkomstig van het Keltische blith (smakeloos).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig, maar soms meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 15-60 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Wortels


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


swbiodiversity.org -
CC0-1.0


fm-digital-assets.fieldmuseum.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De stengels staan rechtop en zijn vanaf de voet vertakt met enkele vrijwel horizontaal afstaande zijtakken, die niet vertakt zijn. Ze zijn tot boven toe bebladerd en vrijwel kaal.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Michael Inden -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


WildBoar - Public Domain


Javier Martin - Public Domain

Bladeren: Eerst vormen de bladeren een rozet, die 's zomers afsterft. Ze hebben een lange bladsteel, zijn langwerpig-driehoekig, grof getand, aan de voet vaak iets hartvormig en met een afstaande, spiesvormige slip aan beide kanten van de bladvoet. De stengelbladeren zijn lijnvormig tot langwerpig.


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Zeynel Cebeci -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zijn eerst groen, maar later worden ze rood. Ze groeien in kluwens in de oksels van langere, getande schutbladen.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Nino Cardinali -
CC BY-NC-ND 4.0


© Erik Simons -
CC BY 3.0


© Dik Vonk -
CC BY-NC 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zitten in een vlezige, sappige, rode schijnvrucht. Tweezaadlobbig.

 


Piet Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


© Jeffrey Huizenga -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke, omgewerkte grond (duinzand vermengd met organisch materiaal en rotsachtige bodem).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (langs duinpaden, ruderale plaatsen, verstoorde grond), ruigten (kalkrijke ruigten), industrieterreinen in het kustgebied, mijnterreinen en berggebieden (o.a. onder overhangende rotsen waar veel dieren schuilen).

Verspreiding

Wereld: In het Atlasgebergte in Noordwest-Afrika en in gebergen in Zuid- en Midden-Europa en Midden-Azië.

Nederland: Zeldzaam, maar plaatselijk vrij algemeen in de Hollandse, kalkrijke duinen. Ingeburgerd in de 19de eeuw.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.


Wallonië: Niet in Wallonië.

Toepassingen

Oorspronkelijk gekweekt als groente en vervolgens verwilderd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands flora, deel 17, J. Sturm, J.W. Sturm (1838-1839)


Curtis's Botanical Magazine, deel 8 (1794)


Illustratio systematis sexualis Linnaei [folio (German) edition], M.B. Borckhausen, J.S. Miller (1770-1777)

 

© 2001-2020 K.M. Dijkstra