Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Rode bies - Blysmus rufus

Andere namen

Frysk: Reade heannebies

English: Saltmarsh Flat-sedge

Français: Scirpe roux

Deutsch: Rote Quellbinse

Verouderde of andere namen: Scirpus rufus

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Blysmus (Tweerijige bies)

Soort: Blysmus rufus

Naamgeving (Etymologie): Blysmus komt uit het Grieks en betekent een bron, waar de planten groeien. Rufus betekent rossig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 5-45 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Rutger Barendse - freenatureimages.eu


© Biopix: JC Schou

Wortels: Een kruipende wortelstok met uitlopers.


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn rondachtig met in het onderste deel enige bladeren.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


http://herbariaunited.org

Bladeren: De bladeren zijn gootvormig tot ingerold, 1-2 mm breed en bovenaan afgeplat.


© Theo Kiewiet - CC BY-NC-ND 3.0


© Martin Camphuijsen - CC BY 3.0


s.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


swbiodiversity.org - CC BY-NC 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze bevat hoogstens acht glanzend zwartbruine aren, die afwisselend in twee rijen op de hoofdas staan. Ze zijn 1-2 cm lang, ongeveer half zo breed en hebben aan de voet meestal geen schutblad. Als dit schutblad wel aanwezig is, dan is het korter dan de bloeiwijze. De aren hebben aan de voet een kafjesachtig schutblad. Zelden zijn er meer dan drie bloemen, maar soms zijn het er twee tot zes. De stijl heeft twee stempels.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


© Biopix: JC Schou

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn afgeplat, spoelvormig en naar de voet en de top geleidelijk versmald. Ze zijn gesnaveld (dit is de stijlrest). Zonder deze snavel zijn ze ruim 3 mm lang. Eenzaadlobbig.


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot begroeide plaatsen op natte, matig voedselrijke, zilte, vaak verdichte, kalkhoudende grond. Op zelden door de zee overspoelde plaatsen (slibhoudend zand).

Groeiplaatsen: Grasland (zilt grasland), kwelders (hoge kwelders), zeeduinen (strandvlakten die nog met de zee in verbinding staan), afgesloten laagten en langs veepaadjes.

Verspreiding

Wereld: Koelere streken op het noordelijk halfrond. In Noord- en Centraal-Azië, Noord-Amerika en in het kustgebied van Noord-Europa. In Noordoost-Duitsland en Polen ook verder landinwaarts. Zuidelijk tot in Nederland.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam op de Waddeneilanden en zeer zeldzaam of verdwenen in het Lauwersmeergebied, aan de Friese IJsselmeerkust, op Goeree en bij Cadzand.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Braune Simse
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra