Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Rode ganzenvoet - Chenopodium rubrum

Andere namen

Frysk: Reade mealje

English: Red Goosefoot

Français: Chénopode rouge

Deutsch: Roter Gänsefuß

Verouderde of andere namen: Oxybasis rubra

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: aryophyllales

Familie: Amaranthaceae (Amarantenfamilie)

Geslacht: Chenopodium (Ganzenvoet)

Soort: Chenopodium rubrum

Naamgeving (Etymologie): Ganzenvoet dankt zijn naam aan de bladvorm, die op de pootafdruk van een gans lijken. Chenopodium is afgeleid van het Griekse Chenos (gans) en podion (voetje). Rubrum betekent rood.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 15-100 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Frank van Gessele - verspreidingsatlas.nl


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 3.0

Wortels


bisque.cyverse.org - CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu - CC0-1.0


hasbrouck.asu.edu - CC BY-NC 3.0

Stengels: De meestal rechtopstaande stengels zijn sterk vertakt, vaak rood aangelopen en vrijwel kaal.


Fornax - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De vaak vlezige bladeren verschillen soms sterk in vorm en grootte. De bovenste zijn soms langwerpig met een gave rand, de middelste en onderste eivormig of ruitvormig met een grof en bochtig getande rand en vaak met schuin omhoog wijzende tanden en een wigvormige voet. Ze kunnen donkergroen of roodachtig, zijn. De onderste en middelste bladeren zijn aan de onderkant niet wit-melig.

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemkluwens zijn groenig tot vaak roodachtig. De bloemen vormen samen dichte pluimen, met bovenaan geen bladeren. De bloemdekbladen van de eind- en zijdelingse bloemen van de kluwens zijn alleen bij de voet vergroeid.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


http://www.kuleuven-kulak.be


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn bruinrood. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, voedselrijke, met name stikstofrijke, zware of dichtgeslibde of verstoorde grond. Ook op brakke grond. Vaak op plekken die in de zomer droogvallen (klei en soms op zand).

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, opgespoten grond, braakliggende grond, waterkanten (drooggevallen plaatsen, o.a. plassen, langs spaarbekkens, rivieroevers, langs brakke zeearmen en kreken), moerassen, bij mesthopen en persvoerhopen, akkers, uiterwaarden, grasland (stukgetrapte plekken en ondiepe laagten in weiland), tuinen, afgravingen, baggerstortterreinen en zeeduinen (drooggevallen delen van infiltratieplassen).

Verspreiding

Wereld: Op het noordelijk halfrond, voornamelijk in gematigde streken. Inmiddels is de plant ook in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika gevonden.


gbif.org

Nederland: Algemeen op de kleigronden en vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam in grote delen van de zandgebieden in het oosten, noordoosten en midden van het land.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen op kleigrond in de Polders en in de Maasvallei. Elders (veel) zeldzamer.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Vrij zeldzaam, maar zeer zeldzaam in het zuidoosten.
Rode lijst. Ernstig bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, Jan Kops. Deel 1 (1800)


Flora Batava, Jan Kops. Deel 1 (1800)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

     

© 2001-2018 K.M. Dijkstra