Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Rode bies - Blysmus rufus

Frysk: Reade heannebies

English: Saltmarsh Flat-sedge

FranÁais: Scirpe roux

Deutsch: Rote Quellbinse

Synoniemen: Scirpus rufus

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Blysmus komt uit het Grieks en betekent een bron, waar de planten groeien. Rufus betekent rossig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m september.

Afmeting: 5-20(-45) cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Willem-Jan Emsens - CC BY-NC-ND 4.0

Wortels: Een kruipende wortelstok met uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn rondachtig met in het onderste deel enige bladeren.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Willem-Jan Emsens - CC BY-NC-ND 4.0


Gertjan van Noord -
CC BY-ND 4.0


Gertjan van Noord -
CC BY-ND 4.0

Bladeren: De bladen zijn niet gekield, gootvormig tot ingerold, 1-2 mm breed, bovenaan afgeplat en met een gladde top.


© Theo Kiewiet -
CC BY-NC-ND 3.0


© Martin Camphuijsen -
CC BY 3.0


Jan SÝrensen - CC BY 4.0


Jan SÝrensen - CC BY 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Het schutblad ontbreekt of is, indien wel aanwezig, meestal korter dan de bloeiwijze (kafjesachtig). De bloeiwijze bevat hoogstens acht glanzend zwartbruine aren, die afwisselend in twee rijen op de hoofdas staan. Ze zijn 1-2 cm lang, ongeveer half zo breed. Meestal zijn er twee tot vijf bloemen. De stijl heeft twee stempels. Er zijn nul tot twee (zelden drie) borstels met naar voren gerichte weerhaakjes.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Erik van Dijk - CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn afgeplat, spoelvormig en naar de voet en de top geleidelijk versmald. Ze zijn gesnaveld (dit is de stijlrest). Zonder deze snavel zijn ze ruim 3 mm lang. Eenzaadlobbig.


Gertjan van Noord -
CC BY-ND 4.0


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot begroeide plaatsen op natte, matig voedselrijke, zilte, vaak verdichte, kalkhoudende grond. Op zelden door de zee overspoelde plaatsen (slibhoudend zand).

Groeiplaatsen: Grasland (zilt grasland), kwelders (hoge kwelders), zeeduinen (strandvlakten die nog met de zee in verbinding staan), afgesloten laagten en langs veepaadjes.

Verspreiding

Wereld: Koelere streken op het noordelijk halfrond. In Noord- en Centraal-AziŽ, Noord-Amerika en in het kustgebied van Noord-Europa. In Noordoost-Duitsland en Polen ook verder landinwaarts. Zuidelijk tot in Nederland.

Nederland: Zeldzaam op de Waddeneilanden en zeer zeldzaam of verdwenen in het Lauwersmeergebied, aan de Friese IJsselmeerkust, op Goeree en bij Cadzand.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands flora, deel 19, J. Sturm, J.W. Sturm (1841-1843)


Fig. 13-17
Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL