Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Ronde zegge - Carex diandra

Frysk: RŻne sigge

English: Lesser Tussock-sedge

FranÁais: LaÓche arrondie

Deutsch: Drahtsegge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Diandra betekent met twee meeldraden.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 20-70 cm.


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Opstijgende, kruipende, korte wortelstokken met uitlopers.


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


fm-digital-assets.fieldmuseum.org -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Losse (soms dichte) pollen vormend. De dunne, onbehaarde, blauwgroene stengels zijn onderaan bijna rolrond en bovenaan vrij scherp driekantig (meestal vrij ruw) met enigszins bolle kanten. Ze zijn alleen onderaan bebladerd.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Matti Virtala -
CC0


Matti Virtala -
CC0

Bladeren: De bladen zijn gootvormig tot samengevouwen, min of meer ruw en 1,5-2 mm breed. De onderste bladscheden zijn dof grijs- tot zwartachtig bruin en gaan meestal niet vezelen.


Pieter Pelser -
CC BY-NC 4.0


…tienne Lacroix-Carignan -
CC0-1.0


Daderot -
CC0


Pieter Pelser -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn kafjesachtig tot priemvormig. De bloeiwijze is compact, 1-5 cm lang en soms aan de voet iets onderbroken. De onderste zijassen zijn vaak vertakt, maar niet meer dan 1 cm lang. De aren zijn eivormig met onderaan vrouwelijke bloemen en aan de top de mannelijke. De bloemen hebben twee stempels. De eironde, kort toegespitste kafjes zijn lichtbruin en vaak met een groene middenstreep. Ze hebben een brede, glanzende vliezige rand.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rechtopstaande urntjes zijn platbol, langwerpig-eirond, scherprandig, toegespitst, ongeveer 3 mm lang, glanzig bruin, met aan de rugkant ongeveer zes onduidelijke nerven en een kegelvormige, vrij lange tweetandige snavel. De vrucht is rondachtig, lensvormig. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, matig voedselarme, zwak zure tot kalkhoudende grond met vrij stabiel waterpeil en in stilstaand, meestal zeer ondiep, zoet, matig voedselarm, zwak zuur water (veen, zand en leem).

Groeiplaatsen: Moerassen (kalkmoerassen, trilveenmoerassen en verlandingsvegetaties), water (petgaten en ondiep, open water), waterkanten, grasland (venig grasland en onbemest hooiland), zeeduinen (duinvalleien met enige veenvorming) en bossen (lichte plekken in moerasbossen).

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Zeldzaam in laagveengebieden, met name in Drenthe, Noordwest Overijssel en in Frysl‚n. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen. Sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Carex teretiuscula
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


No. 19 - No. 69
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgršsern, C. Schkuhr (1801)


Das Pflanzenreich, deel 20, H.G.A. Engler (1900-1968)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Carex teretiuscula
Transactions of the Linnean Society of London, deel 2 (1815)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL