Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Rood peperboompje - Daphne mezereum

Andere namen

Frysk: Piperbeamke

English: Mezereon

Français: Bois-gentil

Deutsch: Seidelbast

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Malvales

Familie: Thymelaeaceae (Peperboompjesfamilie)

Geslacht: Daphne (Peperboompje)

Soort: Daphne mezereum

Naamgeving (Etymologie): Daphne was oorspronkelijk de Griekse naam van wat nu Laurier heet, Laurus nobilis, een geheel andere plant. De plant werd genoemd naar de nimf Daphne, de dochter van de riviergod Peneus die in een struik werd veranderd om aan Apollo te kunnen ontkomen en is daarom een teken van kuisheid. Daphne betekent glanzen of fakkel, naar de glanzende bladeren. Mezereum betekent doder van mensen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Chamaefyt of fanerofyt.

Bloeimaanden: Maart en april.

Afmeting: 30-120 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: De wortels vertakken zich voor een deel.

Takken: De rechtopstaande of uitstaande takken zijn grijs-bruin en aan de top bebladerd. De jonge scheuten zijn behaard. De knoppen zijn dof zwartbruin.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn langwerpig, dun, kaal, hebben een gave rand en zijn 5-12 cm lang. Ze zijn lichtgroen van kleur en staan dicht bij elkaar aan toppen van scheuten. Ze hebben een korte steel en zijn weinig of niet behaard.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De zittende bloemen zitten in bundels van één tot vier in de oksels van afgevallen bladeren. Ze verschijnen meestal voor de bladeren. De bloemen zijn lichtpaars of roze, 1-1,4 cm, hebben vier slippen en zijn behaard. De vier bloemdekbladen staan af. Aan de binnenkant zitten twee kransen van vier meeldraden met heel korte helmdraden. De stamper is bovenstandig. De bloemen verspreiden een sterke geur.

Vruchten: Een steenvrucht. De giftige, bolvormige bessen zijn rood, sappig en 0,6 tot 1 cm. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Half tot matig beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, humeuze, kalkrijke grond (zand, leem, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (kalkrijke loofbossen) en struwelen (vooral op kalkhellingen).

Verspreiding

Wereld: In een groot deel van Europa en in West- en Midden-Siberië. De kuststreken van West-Europa en het Middellandse-Zeegebied worden voor een groot deel gemeden.


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam, o.a. in Zuid-Limburg, in de Achterhoek en in Twente.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Rode lijst. Met verdwijning bedreigd. Beschermd.


Wallonië: Vrij zeldzaam in het Maasgebied, Lotharingen en de Ardennen. Elders zeer zeldzaam.

Toepassingen

Dit struikje wordt vaak toegepast in tuinen. Cultuurvormen hebben vaak iets grotere, donkerder paarse en vroeger verschijnende bloemen dan de wilde vorm. Ook witbloemige planten met gele vruchten worden gekweekt.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 14, Jan Kops en F.W. van Eeden (1872)


Flora Batava, deel 14, Jan Kops en F.W. van Eeden (1872)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra