Rood zwenkgras - Festuca rubra

Frysk: Bargehier

English: Red Fescue

Français: Fétuque rouge

Deutsch: Rotschwingel

Synoniemen: Festuca rubra subsp. juncea, Festuca rubra subsp. litoralis, Festuca rubra subsp. commutata, Festuca rubra subsp. planifolia

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Festuca komt van het keltische fest (weiland) en rubra betekent rood.

Kruisingen: Rood zwenkgras kan een kruising vormen met Eekhoorngras (Festuca rubra x Vulpia bromoides) en eveneens met Gewoon langbaardgras (Festuca rubra x Vulpia myuros).

Opmerking: Rood zwenkgras is een zeer variabele soort, waarbij vaak vele ondersoorten worden onderscheiden.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Gras.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m  augustus.

Afmeting: 15-90 cm.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Daderot - Public Domain


James Lindsey - cc by-sa 3.0


Rasbak - cc by-sa 3.0

Wortels: Met korte of lange ondergrondse uitlopers en/of wortelstokken.


Pat Deacon - cc by-nc 4.0


Forest en Kim Starr - cc by 3.0


Dean Wm. Taylor - cc by 2.0


Alexey P. Seregin - cc by-nc 4.0

Stengels: Brede pollen of matten vormend.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bladeren: De onderste bladen (van niet bloeiende spruiten) zijn borstelvormig, 0,5-1 mm breed en samengevouwen. De stengelbladeren zijn vlak, 1-6 mm breed en hebben geen oortjes aan de voet van de bladschijf. De bladschede is meestal behaard, kokervormig en, grotendeels gesloten, maar later scheurt deze vaak open, met name die van de bloeistengels (bij de voet is het minder donker gekleurd). Het tongetje is kort en stomp. De ribben zijn kort stekelharig tot weinig behaard (de haren meestal korter dan 0,5 mm).


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim staat rechtop en is 6-15 cm lang. De pluim is vrij los of min of meer samengetrokken en heeft schuin omhoog staande takken. De aartjes zijn 0,7-1 cm lang en bevatten vier tot zes bloemen. Deze zijn paarsrood of geelbruin. Het groene, al of niet rood aangelopen, kale tot dicht, zeer kort behaarde lemma is 5-8 mm lang en heeft een tot 3 mm lange naald. De onderste zijas van de pluim is ongeveer half zo lang als de pluim.


Christian Berg - cc by 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Vruchten en zaden: Een graanvrucht. De vruchten en het vruchtbeginsel zijn kaal aan de top. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Bertrand Bui - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Rasbak - cc by-sa 3.0


Nikolay Panasenko - cc by-nc 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige of soms licht beschaduwde, open tot grazige plaatsen op droge tot vrij natte, zoete tot zilte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke grond (alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Hoge kwelders (schorren), zeeduinen, grasland (hooiland, blauwgrasland, kalkgrasland, vochtig, bemest grasland en weiland), bermen, bossen (loofbossen), houtwallen, struwelen, waterkanten (oeverwallen langs grote rivieren) en heide (grazige plaatsen).

Verspreidin

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa en Midden- en West-Azië.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Algemeen.

Wallonië: Inheems. Algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl