Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Rosse vossenstaart - Alopecurus aequalis

Frysk: Foksesturtsje

English: Orange Foxtail

Français: Vulpin roux

Deutsch: Roter Fuchsschwanz

Synoniemen: Alopecurus fulvus, Alopecurus aristulatus

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Alopecurus komt van het Griekse alopex (vos) en oura (staart), vanwege de vorm van de aar. De Nederlandse naam vossenstaart heeft dezelfde betekenis. Aequalis betekent gelijkmatig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig, maar soms overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 15-45 cm.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


botanydb.colorado.edu -
CC BY-NC 3.0


botanydb.colorado.edu -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Rechtopstaande bloeistengels.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bladeren: De blauwgroene bladeren zijn meestal bedekt met een wittig waslaagje. De bladscheden zijn vaak blauw paarsachtig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De aartjes worden 2-2½ mm lang. De helmknoppen zijn wittig, maar later worden ze helder oranjegeel of goudgeel. Na de bloei vallen ze spoedig af. De korte naalden steken niet of nauwelijks buiten de aartjes uit. De naald van het onderste kroonkafje is boven het midden aangehecht.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige of soms licht beschaduwde, vrij open plaatsen (pionier) op natte, voedselrijke, met name stikstofrijke, zwak zure tot kalkrijke grond (allerlei grondsoorten).

Groeiplaatsen: Waterkanten (drooggevallen oevers, langs greppels, poelen, vervuilde vennen, oude rivierlopen en vertrapte weilandsloten), uiterwaarden, grasland, afgravingen (zand-, leem- en kleigroeven), ijsbaantjes, baggerstortterreinen, opgespoten grond en bossen (poeltjes).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij algemeen in het zuidelijke deel van ederland. Elders veel zeldzamer of ontbrekend.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in het oosten van Vlaanderen en ihet zuidwesten van de Kempen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.


Wallonië: Zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 23, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1911)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Fig. 10-11
Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra