Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Rotsganzerik - Drymocallis rupestris

Frysk:

English: Siberean-tea, Rock Cinquefoil

FranÁais: Potentille des rochers

Deutsch: Felsen-Fingerkraut

Synoniemen: Potentilla rupestris, Potentilla corsica

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potentilla komt van het Latijnse woord potens en betekent krachtig. Dit vanwege de geneeskrachtige werking. Rupestris betekent van de rotsen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 5-50 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Genevieve Botti - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Er zijn geen uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De meestal rechtopstaande stengels zijn behaard.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Paul Fabre - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Julien Barataud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Paul Fabre - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De onderste bladeren zijn geveerdmet vijf tot zeven, maar soms tot elf deelblaadjes. De lang gesteelde bladeren zijn 2-6 cm lang, eirond tot rond en getand. De stengelbladeren zijn drietallig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Paul Fabre - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De witte, 1-2,5 cm grote bloemen staan alleen of in losse bijschermen. De kroonbladen zijn eirond en ťťn tot twee keer zo lang als de lancetvormige kelkbladen.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Paul Fabre - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchten zijn meestal behaard, zelden zijn ze kaal. Tweezaadlobbig.

Biotoop

Bodem: Zonnige tot soms half beschaduwde, warme plaatsen op vrij droge rotsachtige, vaak kalkhoudende grond.

Groeiplaatsen: Bossen (lichte plaatsen), kiezelrotsen, muren, hellingen, richels en puin.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Zuidwest- en Midden-Europa en op de Britse eilanden. Noordelijk tot in Zuid-Scandinavie.

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands flora, deel 20, J. Sturm, J.W. Sturm (1845-1849)


Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Florae Austriaceae, deel 2, N.J. von Jacquin (1774)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL