Wilde planten in Nederland en België

Roze winterpostelein - Claytonia sibirica

Frysk: Rôze winterposlein

English: Pink Purslane

Français: Claytonie de Sibérie

Deutsch: Sibirisches Tellerkraut

Synoniemen: Montia sibirica

Familie: Portulacaceae (Posteleinfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Claytonia is genoemd naar John Clayton (1694–1773), die in Amerika veel planten verzamelde. Sibirica betekent uit Siberië.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-40 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De stengels zijn kaal.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: Ook de bladeren zijn niet behaard. De wortelbladeren vormen samen een los rozet. Ze zijn ruitvormig tot breed elliptisch en gesteeld. De twee bladen onder de bloeiwijze zijn niet met elkaar vergroeid.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De kroonbladen zijn roze met evenwijdig aan de rand een donkerder roze lijn en diep ingesneden. De bloemen zijn 1½-2 cm in doorsnee.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, humushoudende, zure, vaak kalkarme en omgewerkte grond (zand en leem).

Groeiplaatsen: Bossen (omgewerkte grond in loofbossen en naaldbossen en parkbossen), bosranden, heggen, struwelen, waterkanten (beschaduwde beekoevers), kwekerijen, tuinen, plantsoenen, begraafplaatsen en soms tussen straatstenen (weinig belopen delen).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noordoost-Azië en het noordwesten van Noord-Amerika. Ingeburgerd in West-Europa.

Nederland: Vrij algemeen. Ingeburgerd tussen 1925 en 1949.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd. Het meest in de Kempen. De soort breidt zich uit.


Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Curtis's Botanical Magazine, deel 32, S.T. Edwards (1810)
Curtis's Botanical Magazine, deel 48 (1821)


The botanic garden, deel 4, B. Maund (1831-1832)


Calques des dessins de la Flore du Mexique, de Mocin~o et Sesse´ qui ont servi de types d’Espe`ces dans le systema ou le prodromus, deel 2, A.L.P.P. de Candolle


Kongliga Vetenskaps-Acadeniens Handlingar. Stockholm, deel 7

© 2001-2020 K.M. Dijkstra