Rozemarijn-wilgenroosje - Chamaenerion dodonaei

Frysk:

English: Rosemary willowherb (Rosemary fireweed)

Français: Épilobe à feuilles de romarin

Deutsch: Rosmarin-Weidenröschen

Synoniemen: Epilobium dodonaei, Chamerion dodonaei

Familie: Onagraceae (Teunisbloemfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Chamaenerion is afgeleid van het Griekse chamai (dwerg) en neros (vochtig). Dodonaei verwijst naar Dodonaeus of Rembert Dodoens, een arts en botanist (geboren in 1517 te Mechelen en overleden in 1585 te Leiden).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli en augustus.

Afmeting: 20-110 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


GT1976 - cc by-sa 4.0

Wortels: Het heeft een meerkoppige basisas en ondergrondse uitlopers die lang, vlezig en rood zijn.


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0

Stengels: Een breed uitgroeiende plant. De ronde, rechtopstaande stengels kunnen verhouten aan de basis. Ze kunnen licht behaard zijn. Ze zijn kort vertakt in de bloeitijd.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0

Bladeren: De afwisselende, stijve, enkelvoudige bladen zijn zittend of zeer kort gesteeld. behaarde De bladschijf is 2-5 cm lang en 1-4 mm breed,met aan de onderzijde alleen een goed zichtbare hoofdnerf. De bladrand is vaak gekarteld.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen staan in een eindelingse, losse trosvormige bloeiwijze. De lichtroze tot paarsroze kroonbladen zijn geleidelijk versmald en hebben een onduidelijke nagel. Ze zijn ongeveer 1½ keer zo lang als de kelkbladen. De kelkbladen zijn rood en dicht behaard. De naar beneden hellende, witte stijl is (ruigharig in het onderste deel) 7-15 mm lang, draadvormig en ongeveer even lang als de meeldraden.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Tigerente - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden: De doosvruchten worden later roodachtig en zijn eerst met haar begroeid. De langwerpige, 1,5-2 mm lange zaden fijn wrattig. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer- cc by-sa 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op humusarme, kalkrijke grond (zand, grind en amdere stenige grond).

Groeiplaatsen: Rotsen, grind en puin van steengroeven.

Verspreiding

Wereld: Europa en Zuidwest-Azië.

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam. Voor het eerst gevonden in 1992 in een kleine, verlaten krijtput in Jemelle bij Rochefort.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl