Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Ruige veldbies - Luzula pilosa

Andere namen

Frysk:

English: Hairy Wood-rush

Français: Luzule poilue

Deutsch: Behaarte Hainsimse

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Geslacht: Luzula (Veldbies)

Soort: Luzula pilosa

Naamgeving (Etymologie): Luzula ia afkomstig van het Italiaanse luciola (glimworm), een naam die door de Italianen ook gebruikt voor biezen, omdat uit het merg van deze planten kaarsenpitten (lucigno of lucignolo) gemaakt werden. Pilosa betekent een weinig behaard.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April en mei.

Afmeting: 15-30 cm.


© Marian Baars - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels: Een min of meer rechtopstaand wortelstokje.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: Rechtopstaande, rolronde  stengels. De plant vormt vrij dichte polletjes.

Bladeren: De verspreidstaande  bladeren zijn behaard,  gewimperd  en glanzig diepgroen. De grondstandige bladeren hebben een forse bladschijf. Ze zijn 0,5-1 cm breed en worden tot 20 cm lang. Soms steken ze boven de bloeistengels uit. De stengelbladeren zijn smaller. De bladscheden zijn donkerrood. Aan de voet van de bloeiwijze staan één of twee korte schutbladen.

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen staan afzonderlijk op lange stelen in een bolrond-schermvormige, ijle en weinig vertakte bloeiwijze, waarvan de takken na de bloei voor een deel terugslaan. De zes bloemdekbladen zijn spits, 3-4 mm lang, kastanjebruin en hebben een brede, bleke en vliezige rand. De schutbladen  zijn veel korter zijn dan de bloemtakken. Een bloem heeft zes meeldraden, een driehokkig bovenstandig vruchtbeginsel en een stijl  met drie draadvormige stempels.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Kruczy89 - CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn afgerond eivormig. Ze zijn langer dan de bloemdekbladen. Het witte aanhangsel aan de top van het zaad is ongeveer even lang als het zaad zelf. Het heeft een haakvormig gekromde top. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot soms kalkhoudende grond (leem, lemig zand en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (voedselrijke loofbossen, hellingbossen en langs bospaden), bosranden, houtwallen, heggen en waterkanten (langs bosbeekjes).

Verspreiding

Wereld: West- en Midden-Siberië, de Kaukasus en in Europa, behalve in de meest zuidelijke delen.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in Zuid-Limburg en plaatselijk vrij algemeen in Twente en in het aangrenzende rivierengebied, vrij zeldzaam in Drenthe, zeldzaam in Midden-Nederland, Noord-Brabant en Noord-Limburg en zeer zeldzaam in de Hollandse en Zeeuwse duinen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Leemstreek. Elders vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Vrij algemeen in Brabant, in het Maasgebied en in Lotharingen (de zuidelijke Ardennen). Eders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

   

© 2001-2018 K.M. Dijkstra