Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Ruige anjer - Dianthus armeria

Frysk:

English: Deptford Pink

FranÁais: Oeillet velu

Deutsch: Rauhe Nelke

Synoniemen:

Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dianthus is afgeleid van het Griekse Dios (Jupiter) en anthos (bloem). De anjer was om haar schoonheid aan Jupiter gewijd. Armeria komt van het Keltische ar mer (aan de zee). De naam armeria is een herinnering aan de naam Flos Armerius die vroeger voor verschillende anjerachtige planten werd gebruikt. Ook Engels gras (Armeria), werd toen tot de Anjers gerekend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig, tweejarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-45 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Udo SchrŲter -
CC BY-SA 2.5


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0

Wortels


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande en stijf vertakte stengels zijn ruw behaard.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: Een rozet met donkergroene, smal langwerpige, 1-3 mm brede bladen. De stengelbladen zijn tegenoverstaand. Ze zijn dicht begroeid met hele kleine stekelharen. De bladrand is gaaf. De bladschede is 0,5 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


AnRo0002 -
CC0

Bloemen: Tweeslachtig. De kortgesteelde, rozerode, 0,8-1Ĺ cm grote bloemen groeien met twee tot twintig bij elkaar in een hoofdjesachtige bloeiwijze, die omgeven wordt door lange, bladachtige, rechtopstaande, behaarde en spitse schutbladen. Ze zijn even lang als de kelk. De kroonbladen zijn aan de top getand. De bijkelk is dicht behaard. Bloemen met vijf kroonbladen, vijf kelkbladen, tien meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met een stijl met twee stempels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, neutrale tot licht zure, kalkrijke, maar soms vrij kalkarme grond (zand, lichte klei, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bermen, dijken, langs spoorwegen (spoorbermen), grasland (hooiland en weiland), braakliggende grond, mijnsteenbergen, ruderale grond, bosranden, heggen en struwelen (kalkrijke zomen).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ en Zuid-, Midden- en West-Europa. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Zeldzaam, o.a. in Zeeland en zeer zeldzaam in het oostelijke rivierengebied en in Limburg.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest in de Maasvallei. Afgenomen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in het Maasgebied en in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F.W. van Eeden (1898)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL