Klaas Dijkstra

Ruige leeuwentand
Leontodon hispidus


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Ruige leeuwentand of Leontodon hispidus is een soort uit de Composietenfamilie (Asteraceae).
  • Het is een overblijvende, 10-40 cm hoge plant.
  • Een oppervlakkige kruipende wortelstok.
  • Met uitlopers.
  • Meestal niet vertakte, witbehaarde stengels met één bloemhoofdje en één tot drie schubvormige bladen. Onder het hoofdje is de stengel vaak verdikt.
  • Langwerpige, veervormig bochtig gelobde of gespleten wortelbladen met de grootste breedte boven het midden.
  • Ruige leeuwentand bloeit van juni t/m november.
  • Gele, 2-4 cm grote bloemhoofdjes met alleen lintbloemen.
  • Ongeveer 6 mm lange nootjes met vruchtpluis. De snavel is 2-4 mm.
  • Ruige leeuwentand groeit op zonnige, vrij open plaatsen op vochthoudende, weinig of niet bemeste, humushoudende, kalkrijke grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. kalkgrasland, rivierdijken, uiterwaarden, leemgroeven en bermen.
  • Ruige leeuwentand komt voornamelijk voor in Europa en Zuidwest-Azië.
  • In Nederland en België is deze inheemse plant vrij zeldzaam.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Rûch hynstebitter

English Rough Hawkbit

Français Liondent hispide

Deutsch Rauher Löwenzahn

Synoniemen

Familie Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Leontodon komt van het Griekse leon (leeuw) en odons (tand), naar de puntige slippen van de bladrand. Hispidus betekent ruwharig of ruig.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Hoofdbloei Juni t/m november.

Afmeting 10-40 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Een aan de oppervlakte kruipende wortelstok, waaraan op enige afstand van elkaar rozetten ontspringen. Worteldiepte tot 20 cm.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels De stengels zijn meestal niet vertakt. Ze zijn witbehaard en dragen één bloemhoofdje en één tot drie schubvormige bladen. Onder het hoofdje is de stengel vaak verdikt.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bladeren De wortelbladen zijn langwerpig met de grootste breedte boven het midden. Ze zijn veervormig bochtig gelobd tot gespleten, kaal of ze hebben gegaffelde haren. De bladsteel is gevleugeld.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De gele bloemhoofdjes zijn 2-4 cm. Voor de bloei knikken ze. Er zijn alleen lintbloemen. De buitenste lintbloemen hebben van onderen een blauwgrijze of soms een oranje of roodachtige lengtestreep. De (9-) 11-15 mm lange omwindselbladen zijn lijnvormig-langwerpig en begroeid met witte borstelharen.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten en zaden De ongeveer 6 mm lange nootjes zijn recht. De snavel is 2-4 mm lang. Het vruchtpluis bestaat uit een buitenste rij van enkelvoudige, fijn getande haren en een binnenste rij van geveerde haren. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


Yoan Martin - cc by-sa 2.0 fr


Yoan Martin - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, vrij open plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, humushoudende, basische en kalkrijke grond (mergel, löss, puin en lichte tot zandige klei, veel minder op zand).

Groeiplaatsen Kalkgrasland, rivierdijken, uiterwaarden, leemgroeven, bermen en puin in de bergen.

Verspreiding

Wereld Europa, behalve in het hoge noorden en Zuidwest-Azië.

Nederland Inheems. Vrij zeldzaam.

België Inheems. Vrij zeldzaam.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0