Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Ruig schapengras - Festuca guestfalica subsp. hirtula

Frysk:

English: Sheep's Fescue

FranÁais: Fťtuque ovine

Deutsch: Schafschwingel

Synoniemen: Festuca ovina subsp. hirtula, Grof schapengras

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Festuca komt van het keltische fest (weiland). Guestfalica verwijst naar Westfalia (Duitsland) en hirtula betekent behaard. Ovina betekent van schapen.

Ondersoorten: Er worden bij ons twee ondersoorten onderscheiden: Ruig schapengras (Festuca guestfalica subsp. hirtula) en Zinkschapengras (Festuca guestfalica subsp. guestfalica). Ook Groot schapengras wordt soms gezien als een ondersoort (Festuca guestfalica subsp. cinerea). Sommige flora's (ook in Nederland) beschouwen Groot schapengras echter als een aparte soort (Festuca lemanii).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 30-70 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


© Gertjan van Noord -
CC BY-ND 3.0

Wortels: Geen wortelstokken.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Pollen vormend.


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


© Gertjan van Noord -
CC BY-ND 3.0


© Henk-Jan van der Kolk -
CC BY-NC-ND 3.0


© Henk-Jan van der Kolk -
CC BY-NC-ND 3.0

Bladeren: De bladen zijn vaak blauwgroen, maar kunnen ook groen zijn. De stengelbladen zijn vlak of stijf ingerold. De wortelbladen en bladeren van niet-bloeiende spruiten zijn stijf ingerold en meestal draadvormig. De bladschede is tot bijna onderaan open. Het tongetje is zeer kort. Bladen van niet bloeiende spruiten zijn 0,4-0,6 (-0,7) mm breed en met van boven ťťn rib en met 5-7(-9) vaatbundels.


Rense Haveman -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Kees van Bochove -
CC-BY-NC-SA-3.0


© Henk-Jan van der Kolk -
CC BY-NC-ND 3.0


© Henk-Jan van der Kolk -
CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim wordt 3-12 cm lang en is samengetrokken met rechtopstaande zijtakken. De aartjes zijn (4,6)5-6,5 mm lang. Het onderste kroonkafje (lemma) is meestal behaard en 3-4 mm lang. De kafnaald is tot 0,8 mm lang of afwezig.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


© Henk-Jan van der Kolk -
CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Benno te Linde - CC BY-NC-ND 4.0


Daan Drukker - CC BY-NC-ND 4.0


Paul Hoekstra - CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde plaatsen op droge, voedselarme, zwak zure zandgrond.

Groeiplaatsen: Stuifzand, stuwwallen, grasland (schraal grasland en droog, zuur grasland), heide en bosranden.

Verspreiding

Wereld: Noord-, West- en Midden-Europa (het kaartjes is onvolledig).

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen op de Veluwe, zeldzaam op de Utrechtse heuvelrug en misschien ook in het zuidoosten van het land.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL