Wilde planten in Nederland en België

Ruig viooltje - Viola hirta

Frysk:

English: Hairy Violet

Français: Violette hérissée

Deutsch: Rauhes Veilchen

Synoniemen:

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Hirta betekent ruwharig.

Kruising: Ruig viooltje kan een bastaard vormen met Maarts viooltje (Viola x scabra).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April en mei.

Afmeting: 5-15 cm.


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Algirdas -
CC BY-SA 3.0


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een korte wortelstok zonder uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De bladsteel is begroeid met 0,5-1,5 mm lange, recht afstaande of iets teruggeslagen haren.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Kruczy89 -
CC BY-SA 3.0


Jean-Jacques Houdré - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Jacques Houdré - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De behaarde bladeren vormen een wortelrozet. Ze zijn lichtgroen, langwerpig-eirond, hebben een hartvormige voet en groeien na de bloei sterk uit. De steunblaadjes zijn driehoekig tot langwerpig en meestal kort gefranjerd.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Claire Sutter - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zitten in de oksels van de wortelbladeren. Ze zijn blauwpaars of heel soms wit of roze. Ze worden 1-1½ cm en hebben een roodachtig paarse spoor die aan de top is omgebogen. De kroonbladen zijn uitgerand en de kelkbladen zijn stomp. De bloemen verspreiden geen geur.


© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Hermann Schachner -
CC0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn viltig behaard en min of meer bolvormig. De zaden hebben een aanhangsel (een mierenbroodje). De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk
- CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk
- CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge, kalkrijke, voedselarme grond (zand, leem, mergel en zavel).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinstruweel en duin-berkenbos), rivierduinen, grasland (kalkgrasland), dijken (dijkbeemden), bossen (hellingbossen), bosranden (kalkrijke zomen), kapvlakten en struwelen op kleiig-zandige rivierdijkbermen.

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Europa en Azië, van Spanje en Zuid-Schotland tot in Midden-Siberië. In Midden-Europa is het een van de algemeenste viooltjes.

Nederland: Vrij zeldzaam in de Hollandse duinen en zeldzaam in Zuid-Limburg en in het rivierengebied. Afgenomen.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest  bij De Panne en in de Voerstreek.
Wallonië:
Vrij zekdzaam. Het meest in het Maasgebied en in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL