Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Ruslelie - Sisyrinchium montanum

Frysk:

English: American Blue-eyed-grass

FranÁais: Bermudienne des montagnes

Deutsch: Schmalblšttriges Blauaugengras

Synoniemen: Sisyrinchium

Familie: Iridaceae (Lissenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Sisyrinchium

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m juli.

Afmeting: 10-35 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


brewbooks - CC BY-SA 2.0


srjolly - CC BY-NC 4.0


colleenr23 - CC BY-NC 4.0

Wortels


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA-2.0 FR


adeneka - CC BY-NC 4.0


biodiversity naturalis - CC0


biodiversity naturalis - CC0

Stengels: De gevleugelde stengel is afgeplat.


Jean-Luc Gorremans - tela-botanica.org - CC BY-SA-2.0 FR


Pat Deacon - CC BY-NC 4.0


martin22allison - CC BY-NC 4.0


FrontRangeWildflowers - CC BY-NC 4.0

Bladeren: Wintergroen. De slanke bladen zijn 7-15 cm lang en (1-)2-4 mm breed, met scherpe randen en een fijne punt. De bladen groeien alleen aan de basis van de plant.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA-2.0 FR


Pat Deacon - CC BY-NC 4.0


Pete Grima - CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Eke bloem is ongeveer 2 cm groot, met zes paarsachtige bloembladen met een geelachtige basis en gele meeldraden.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Jason Hollinger - CC BY-SA 2.0


SB_Johnny - CC BY-SA 3.0

Vruchten: De 4-6,8 mm lange doosvrucht splitst zich langs twee of meer naden om twee of meestal veel meer zwarte zaden vrij te geven. Eenzaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Spencer Quayle - CC0-1.0


Spencer Quayle - CC0-1.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot soms licht beschaduwde plaatsen op matig voedselrijke, vochtige tot vrij natte, vaak stenige grond.

Groeiplaatsen: Nat grasland, open bossen, bosranden, duinpannen, bermen, oevers van rivieren en meren, stapelmuren, soms tussen bestrating en langs spoorwegen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Nood-Amerika.

Nederland: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

WalloniŽ: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL