Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Ruwe iep - Ulmus glabra

Andere namen

Frysk:

English:

Français:

Deutsch:

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Ulmaceae (Iepenfamilie)

Geslacht: Ulmus (Iep)

Soort: Ulmus glabra

Naamgeving (Etymologie): Ulmus is mogelijk afgeleid van het Keltische elm, waarmee de iep werd aangeduid, volgens anderen komt het van het Griekse iopos (schors), vanwege de kurkachtige schors van sommige soorten en volgens nog weer anderen is Ulmus afkomstig van lupus (wolf), vanwege de ruwe bladen. Glabra betekent behaard.

Kruising: De bastaard van Ruwe iep en Gladde iep is de Hollandse iep (Ulmus x hollandica). Deze boom wordt vaak aangeplant.


Hollandse iep
© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Hollandse iep
© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Hollandse iep
© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Februari, maart en april.

Afmeting: Tot 40 meter.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Christian Pirkl - CC BY-SA 4.0


BíláVrána - Public Domain


Christian Pirkl - CC BY-SA 4.0

Wortels: Wortels zonder wortelopslag.

Stam: De schors is eerst glad en zilvergrijs, later wordt deze bruinachtig met alleen lengtegroeven.

Takken: De boom is wijd vertakt. De korte zijtakken staan onder een vrijwel rechte hoek af. De jonge takken zijn ruw behaard en de knopschubben zijn roodachtig gewimperd.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De 8-16 cm grote, scheve bladeren zijn lang toegespitst, rondachtig tot elliptisch en met twaalf tot achttien zijnerven (de langste helft met veertien tot twintig). Van onderen zijn ze kortharig en meestal ruw. De langste bladhelft heeft aan de voet een lobje, dat over de bladsteel heen ligt. Jonge bladeren zijn vaak in het bovenste deel min of meer drietandig. De bladsteel is 2-5 (soms tot 7) mm.

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zijn vrijwel zittend.


Willie Riemsma - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De eironde vruchten zijn 1½-2 cm. Het zaad zit in het midden van het vleugelnootje. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselrijke en kalkrijke grond (o.a. op oude rivierklei en op stenige grond).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, hellingbossen en ravijnbossen), bosranden, heggen en grubben.

Verspreiding

Wereld: In bijna heel Europa, veel noordelijker dan Gladde iep. Oostelijk tot in de Kaukasus.


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam wild in Zuid-Limburg, de Achterhoek, Twente en langs de Oude IJssel. Elders vrij algemeen aangeplant en verwilderd.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Ruwe iep

verspreidingsatlas.nl

Hollandse iep (Ulmus x hollandica)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Misschien zeldzaam inheems in het Maasgebied. Elders vrij algemeen aangeplant.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Zeldzaam in het Maasgebied en de Ardennen. Elders zeer zeldzaam. Ook aangeplant.

Toepassingen en wetenswaardigheden

Het kernhout is roodachtig bruin met een enkele groene vlek, het spinthout is geel. Het hout is erg taai. Omdat het duurzaam is, zelfs onder vochtige omstandigheden, werd het vroeger veel gebruikt voor ondergrondse waterleidingen. Tegenwoordig worden er kielen van boten van gemaakt en wordt het bij strekdammen en havenwerken toegepast. Omdat het vrijwel niet splijt, is het ook ideaal voor stoelzittingen en naven van houten wielen. De iepen hebben zwaar te lijden van de iepenziekte. Deze ziekte werd het eerst geconstateerd in 1918 in Noord-Brabant en Noord-Frankrijk. De boomziekte breidde zich razendsnel uit over een groot deel van Europa en later ook in Noord-Amerika. De iepenziekte wordt veroorzaakt door een schimmel. Deze groeit in de houtvaten en zorgt ervoor dat ze verstopt raken. Als de stam rondom is geïnfecteerd, is de watertoevoer afgesneden en verwelken de bladeren. Agressieve vormen van de schimmel kunnen een boom binnen een jaar doden. Wel ontstaat later vaak veel wortelopslag. De schimmel wordt overgebracht door de Grote en de Kleine iepenspintkever en de Dwergiepenspintkever. Hun aanwezigheid is te herkennen aan het patroon van vraatgangen die ze op de grens van schors en hout maken. Door besmetting met de schimmel brengen de kevers de ziekte over op andere bomen. Ook kan de schimmel via de wortels van de ene op de andere boom overgaan. Bestrijding is erg moeilijk.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 5 (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 5 (1800)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

   

© 2001-2018 K.M. Dijkstra