Wilde planten in Nederland en België

Ruw parelzaad - Lithospermum arvense

Frysk: Glêssied

English: Field Gromwell

Français: Grémil des champs

Deutsch: Acker-Steinsame

Synoniemen: Buglossoides arvensis subsp. arvensis

Familie: Boraginaceae (Ruwbladigenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Lithospermum komt van het Griekse lithos (steen) en sperma, vanwege de harde deelvruchtjes, die men als zaden beschouwde. Arvense betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni.

Afmeting: 10-70 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0

Wortels


prc-symbiota.tacc.utexas.edu - CC0-1.0


bisque.cyverse.org - CC BY-NC 3.0


fm-digital-assets.fieldmuseum.org - CC BY-NC 3.0


bisque.cyverse.org - CC BY-NC 3.0

Stengels: Elke plant heeft maar één stengel. Deze staat rechtop, is weinig vertakt en aanliggend behaard.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0

Bladeren: De bladen zijn langwerpig tot lijnvormig en hebben onduidelijke zijnerven. De bovenste bladeren zijn gesteeld en 3-5 cm lang. De schutbladen lijken op de gewone bladeren, maar deze hebben slechts één duidelijke nerf.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande bloemen groeien aan het eind van de stengel. De 6-9 mm lange bloemkroon is trechtervormig en roomwit. De buis is meestal paarsig of soms blauw. Aan de binnenkant van de buis zitten vijf lengteplooien. Zowel de binnenkant als de buitenkant van de buis is behaard. De kelk is diep gedeeld.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Fornax -
CC BY-SA 3.0


AnRo0002 -
CC0

Vruchten: Een vierdelige splitvrucht met aan de top een snavel. De 3-4 mm lange nootjes zijn grijsbruin, ruw en dof. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Jean-Jacques Houdré - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op matig vochtige, matig voedselrijke, basische en kalkrijke grond (mergel, leem, zand en zavel).

Groeiplaatsen: Akkers (graanakkers en akkerranden), omgewerkte grond, braakliggende grond, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), bermen (open plekken) en waterkanten (oeverwallen en stroomruggen langs rivieren).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Zuid-Europa. Nu in veel gebieden in gematigde streken op het noordelijk halfrond en ook in Australië en op een paar plaatsen Zuid-Amerika.

Nederland: Zeldzaam. Zeer sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeldzaam. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


tam peerlen cruyt
Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL