Wilde planten in Nederland en België

Ruw walstro - Galium uliginosum

Frysk: Wrede tongblier

English: Fen Bedstraw

Français: Gaillet aquatique

Deutsch: Moor-Labkraut

Synoniemen:

Familie: Rubiaceae (Sterbladigenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Walstro komt van wiegstro (wal betekent wieg). Walstrosoorten werden vroeger gebruikt (als stro) in wiegen. Galium komt van het Griekse gala (melk). Vroeger werden deze planten gebruikt om melk te stremmen (kaasbereiding). Uliginosum betekent op vochtige plaatsen groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 15-60 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Matti Virtala -
CC0


Willem van Kruijsbergen - freenatureimages.eu


Bjoertvedt -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


image.br.fgov.be -
CC BY-NC-ND 3.0

Stengels: De heldergroene, liggende of opstijgende stengels hebben omlaag gerichte stekelhaartjes op de ribben. Ze zijn teer, slap en vierkantig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Bjoertvedt -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De bladeren groeien meestal in kransen van zes tot acht, maar soms van vier tot tien. Ze zijn spits, stekelpuntig, hebben één nerf en zijn langwerpig tot lijnvormig. Aan de onderkant zie je omlaag gerichte stekelhaartjes.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen een smalle, lange pluim. De bloeiwijzen zijn compacter dan die van Moeraswalstro. De bloemen zijn wit met gele helmknoppen en 2½ -4½ mm groot.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een splitvrucht (dopvrucht). De vruchten zijn ruw. Ze hebben wratjes en staan op een teruggekromd steeltje. Als ze rijp worden zijn ze donkerbruin. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot meestal natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, meestal humeuze, zwak zure tot basische (kalkhoudende) grond (zand, leem, zavel en laagveen).

Groeiplaatsen: Grasland (schraal grasland en beekdalgrasland), moerassen (trilveen), waterkanten (o.a. langs greppels), bermen, langs spoorwegen (langs spoorsloten), afgravingen (leemgroeven) en zeeduinen (duinvalleien, duingrasland en duinstruweel).

Verspreiding

Wereld: In het grootste deel van Europa, behalve in de meest zuidelijke delen.

Nederland: Vrij algemeen, maar veel zeldzamer op kleigronden.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij algemeen in de Ardennen. Elders zeldzamer.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL