Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Schaafstro - Equisetum hyemale

Frysk: Hurde rŻgebal

English: Scouring Rush

FranÁais: PrÍle d'hiver

Deutsch: Winter-Schachtelhalm

Synoniemen:

Familie: Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren), omdat veel soorten op een paardenstaart lijken. Hyemale betekent winters of in de winter bloeiend.

Kruisingen: Ruwe paardenstaart is de kruising van Schaafstro en Bonte paardenstaart. Vertakt schaafstro (Equisetum x moorei) is de bastaard van Schaafstro en Vertakte paardenstaart. Zie bij Vertakte paardenstaart.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Chamaefyt of geofyt.

Rijpe sporen: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 40-90 cm, zelden hoger tot 150 cm.


Isasza - CC0


GŁnter Josef Radig -
CC BY-SA 3.0


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Linť1 -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een kale wortelstok met lange leden. Vaak zodenvormend.


lod.ansp.org -
CC BY-NC 3.0


images.cyberfloralouisiana.com -
CC BY-NC 3.0


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


swbiodiversity.org -
CC0-1.0

Stengels: De vruchtbare en onvruchtbare stengels zijn gelijk van vorm. De wintergroene, rechtopstaande stengels worden 0,5-1 meter lang en 3-6 mm dik. Ze zijn meestal niet vertakt, donker blauwgroen of dofgroen, zeer ruw, met vele lage, duidelijke ribben (15-25 groeven) en op de knopen iets ingesnoerd (tussen de knopen gezwollen). De stengelomvattende, zeer stijf omsluitende stengelscheden zijn 4-9 mm lang, grijsgroen en meestal met een zwarte band aan de bovenkant (later wordt deze bijna witvliezig, soms met een tweede zwarte band aan de voet of zelden helemaal zwart). De tanden van de schede vallen vroeg af, de vrije rand van de schede is dan zwak regelmatig gekarteld of schijnbaar recht afgesneden. De stengels hebben een wijd middenkanaal (minstens de helft van de doorsnede) en 2-kantige lijsten. Deze lijsten zijn door 1 of 2 hier en daar in elkaar overgaande richels van kiezelknobbels ruw en hard.


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0


Puusterke -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bladeren: De bladkransen sluiten nauw om de stengel of zijn bekervormig en dan naar boven toe iets afstaand. Ze worden tot 9 mm lang. Meestal vallen de tanden snel af. Eerst zijn ze groen, later worden ze grijswit of lichtbruin met boven- en onderaan een zwarte band, de onderste bijna helemaal zwart. De tanden zijn priemvormig, dunvliezig en gekronkeld. Als de tanden zijn afgevallen ( (aan de bovenste scheden blijven zij vaak)) zijn de scheden ondiep gekarteld of bijna gaafrandig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Vruchten: De korte sporenaar (8-15 mm lang, 4-6 mm breed) is eivormig met een scherpe spits en wordt aan de voet omhuld door de bovenste bladkrans.


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot vaak licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot vrij natte, matig voedselarme tot voedselrijke, zwak zure of kalkhoudende grond (zand, leem, zavel en klei). Vaak op plekken met ondiepe kwel.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, voedselrijke bossen en moerasbossen met kwel), struwelen, waterkanten (langs stromend water), ruigten, zandige riverdijken, weiden, langs spoorwegen, zeeduinen (op vergraven of sterk verstoorde plaatsen), afgravingen (klei- en zandgroeven), opgespoten grond, zandplaten (Grevelingen), haventerreinen en rivierduinen.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koude streken. Voornamelijk op het noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeldzaam. Het meest in de bossen van Lotharingen.

Toepassingen

Van Schaafstro gebruikte men vroeger de ruwe, kiezelige stengels als polijstmidde, o.a. om muziekinstrumenten en vaatwerk mee schoon te maken, ook maakte men van pijpjes Schaafstro nagelvijltjes. Schaafstro werd in Nederland als zandbinder op dijken en wallen aangeplant. De stengels werden geoogst en naar Engeland uitgevoerd (vandaar de naam Dutch rush). Schaafstro is een langzame groeier.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL