Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Schedegeelster - Gagea spathacea

Frysk: Skiegoudstjer

English: Belgian Gagea

FranÁais: Gagťe ŗ spathe

Deutsch: Scheiden-Gelbstern

Synoniemen:

Familie: Liliaceae (Leliefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Gagea is vernoemd naar Thomas Gage, een Engelse botanicus (1781-1820). Spathacea betekent met (grote) bloeischeden.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: April en mei.

Afmeting: 10-25 cm.


Jakob Fahr -
CC BY-NC 4.0


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Grzegorz Grzejszczak -
CC BY 4.0

Wortels: Een eivormige tot peervormige bol, die bestaat uit twee jonge bollen met een gezamenlijk omhulsel (de rest van de oude bol). Vaak ook met broedbolletjes.


Bernd Sauerwein -
CC BY-SA 3.0


Bernd Sauerwein -
CC BY-SA 3.0


image.br.fgov.be -
CC BY-NC-ND 3.0


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De vrij slappe stengels zijn onbehaard.


Pieter Stolwijk -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


Christophe Girod - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Pieter Stolwijk -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De twee grondstandige bladen zijn smal-lijnvormig, rond en zeer dun (meestal niet meer dan 1 mm breed). De (meestal) drie stengelbladen zijn vlak. De onderste is langwerpig, aan de voet schedeachtig ingerold en de twee bovenste zijn kleiner en staan tegenover elkaar.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Erik Slootweg -
CC BY-NC-ND 4.0


Bernd Bšumler -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen samen een scherm met ťťn tot drie (zelden tot vijf) bloemen. De bloemstelen zijn kaal en meestal twee tot drie keer zo lang als de bloemen. De bloemen zijn geelgroen. Het bloemdek is ongeveer 1 cm lang. De bloemdekbladen zijn langwerpig-lancetvormig en hebben een stompe of samengetrokken top. Aan de voet zijn ze fijn gewimperd. De meeldraden zijn nauwelijks half zolang als de bloemdekbladen en hebben langwerpige tot kort-lijnvormige helmknopjes.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


Christophe Girod - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Bernd Bšumler -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Er worden maar zeer zelden zaden gevormd in onze omgeving. De verspreiding gebeurt hoofdzakelijk door broedbolletjes. Eenzaadlobbig.

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vrij droge tot vochtige, matig voedselrijke, zwak zure grond (leem en zand). Vaak is er grondwaterstroming op vrij geringe diepte.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en langs paden in parkbossen), bosranden (vaak op wat drogere grond), houtwallen, langs hakhoutbosjes grenzend aan akkers, waterkanten (beekoeverwallen) en hellingen.

Verspreiding

Wereld: Zuid-Zweden, Denemarken, Noord-Polen, Noord- Duitsland en Noordoost-Nederland. GeÔsoleerde vindplaatsen in o.a. Midden-BelgiŽ en Midden-Duitsland.

Nederland: Zeldzaam in Drenhe en Twente en zeer zeldzaam in Noordwest-Overijssel.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeldzaam in Brabant.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL