Wilde planten in Nederland en België

Scherpe zegge - Carex acuta

Frysk: Skerpe sigge

English: Slender Tufted-sedge

Français: Laîche aiguë

Deutsch: Scharfe Segge

Synoniemen: Carex gracilis

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Acuta betekent scherp of spits.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 50-150 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Hans Boll - freenatureimages.eu


Hans Boll - freenatureimages.eu

Wortels: Lange kruipende, vertakte wortelstokken.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn scherp driekantig, worden tot 3 mm dik en zijn meestal ruw. De onderste scheden zijn lichtbruin, maar vaak voor een deel rood gekleurd en meestal zitten er dwarsverbindingen tussen de nerven.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Enrico Romani - luirig.altervista.org


© Biopix - N Sloth

Bladeren: De lijnvormige, verspreidstaande bladen zijn van boven glanzig donkergroen en van onderen blauwgrijs. Ze zijn 0,3-1 cm breed en vrij slap met een overhangende top. Bij het drogen rollen de randen naar beneden om. De bladranden zijn gaaf, maar wel scherp.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


AnRo0002 -
CC0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De twee tot acht,  gesteelde vrouwelijke aren zijn 2-10 cm lang en 4-8 mm breed. Ze zijn iets knotsvormig. De bloemen hebben twee stempels. De kafjes zijn roodbruin tot bijna zwart. De schutbladen van de vrouwelijke aren zijn bladachtig en hebben geen schede. Het onderste omvat met twee donkere oortjes de stengel. Meestal komt er meer dan één schutblad tot voorbij de top van de bloeiwijze. De bovenste aren bevatten  de mannelijke bloemen, met drie meeldraden. Er zijn één tot vier mannelijke aren.


© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl


vrouwelijke bloemen
© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn afgeplat, eirond, tot 3 mm lang, geelgroen tot beige, generfd en zeer kort gesnaveld. Ook de bruine zaden zijn min of meer plat. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Michel Gaubert - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende grond of in ondiep, zoet of zwak brak water (meest op minerale grond, soms op laagveen).

Groeiplaatsen: Moerassen (veenmoerassen en verlandingsvegetaties), waterkanten (langs greppels, sloten, poelen, vijvers, rivieren en beken en beschutte slibrijke kommen in het zoetwatergetijdengebied), grasland (nat hooiland en moerassige delen in grasland), afgravingen (kleiputten), zeeduinen (duinvalleien), ruigten (langs laagveenplassen), bossen (beekbegeleidend moerasbos) en grienden.

Verspreiding

Wereld: West- en Noord-Azië, Noordwest-Afrika en Europa, behalve in de meest noordwestelijke en de zuidelijke delen.

Nederland: Algemeen, maar zeldzamer op de Veluwe en in zeekleigebieden.

Vlaanderen: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het kustgebied.


Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

 

© 2001-2020 K.M. Dijkstra