Wilde planten in Nederland en België

Schietwilg - Salix alba

Frysk: Wylch

English: White Willow

Français: Saule blanc

Deutsch: Silber-Weide

Synoniemen:

Familie: Salicaceae (Wilgenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Salix komt mogelijk van het Keltische sal (dicht bij water), hetgeen te maken heeft met de groei van veel wilgensoorten langs het water. Het kan echter ook afkomstig zijn van het Latijnse salire (snel groeien). Veel wilgensoorten groeien snel. Alba betekent wit.

Kruisingen: Kruisingen van Schietwilg en Kraakwilg (Salix x rubens) komen minstens zo veel voor als Schietwilg en veel vaker dan Kraakwilg. Schietwilg kan ook een kruising vormen met Amandelwilg (Salix x subdula).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: April en mei.

Afmeting: 6-20 meter.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Wortels: Een hartwortelstelsel. Vaak met veel wortelopslag (geen uitlopers) onderaan de voet van de boom.

Stam: De kroon is vrij smal, peervormig, gesloten en van afstand vaak zilvergrijs. De stam loopt tamelijk hoog in de boom door. De schors is gegroefd, grijsachtig en laat niet los.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Sven Teschke -
CC BY-SA 3.0 de


Willow -
CC BY-SA 2.5

Takken: De takken staan onder een scherpe hoek. Jonge takken zijn bruin, geel of rood. Eerst zijn ze behaard, maar later worden ze kaal. Ze breken aan de voet niet gemakkelijk af.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Bladeren: De verspreidstaande, langwerpige, 5-10 cm lange bladeren hebben een wigvormige voet, een toegespitste top, een vlakke rand en de grootste breedte zit in het midden. Ze zijn fijn gezaagd en de bovenkant is vrij donker groen. Eerst zijn ze aan beide kanten dicht zijdeachtig behaard, maar later zijn ze op de bovenkant minder dicht behaard of voor een groot deel kaal. De zijnerven aan de bladonderkant springen niet uit. Op de overgang van de bladsteel naar de bladschijf zie je twee hele kleine klieren. De steunblaadjes zijn niet volledig ontwikkeld en vallen spoedig af.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


AnRo0002 -
CC0

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De geelgroene schutbladen zijn niet gevlekt. De slanke, vrij langwerpige en rolronde katjes zijn ongeveer 5 cm lang. Ze verschijnen tegelijk met de bladeren. De mannelijke bloemen zijn geel met twee honingklieren en twee meeldraden. Vrouwelijke bloemen zijn groen met één honingklier. Het vruchtbeginsel is kaal en vrijwel zonder steel. Elke bloem heeft twee korte stijlen met elk twee korte stempels.


Mannelijke bloemen
kuleuven-kulak.be/bioweb


Mannelijke bloemen
kuleuven-kulak.be/bioweb


Vrouwelijke bloemen
Willow -
CC BY-SA 2.5


Vrouwelijke bloemen
Willow -
CC BY-SA 2.5

Vruchten: Een flesvormige doosvrucht. De zaden (met een haarkuif) zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke tot voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Langs wegen, waterkanten (o.a. langs sloten in weiland en langs rivieren), ruigten (natte ruigten) en bossen en bosranden (broekbossen en grienden).

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het noorden. Ook in Noordwest-Afrika en oostelijk tot in Midden-Azië. Elders ingeburgerd.

Nederland: Algemeen, maar iets zeldzamer op de Veluwe.

Vlaanderen: Algemeen.
Wallonië:
Algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.

Toepassingen

Het hout is licht, zacht, niet sterk, elastisch en gemakkelijk te bewerken. Klompen van wilgenhout zijn veel duurzamer dan die van populierenhout. Wilgenhout wordt gebruikt voor het maken van (lichte) kisten. Schietwilg en Kraakwilg leveren ook 'geriefhout'. De stam wordt op ongeveer twee meter hoogte gekapt, bovenaan ontstaan dan talrijke zijtakken. Deze knotwilgen werden vroeger vaak in rijen langs sloten geplant. Dikke takken en kleine boompjes werden gebruikt als paaltjes voor het afrasteren van weiland, vaak groeiden deze weer uit tot nieuwe bomen. De tenen van knotwilgen werden gebruikt voor schuttingen, als bonestaak en voor brandstof. De takken van de knotwilgen moeten om de paar jaar worden afgezaagd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 6 (1801)


Salix vitellina
Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

`
Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL