Wilde planten in Nederland en België

Schijfkamille - Matricaria discoidea

Frysk: Knopkamelle

English: Pineapple Weed

Français: Matricaire discoïde

Deutsch: Strahlenlose Kamille

Synoniemen: Matricaria matricarioides, Chamomilla suaveolens

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Kamille is een verbastering van het Griekse chamaimelon. De geslachtsnaam komt van het Latijnse matrix (baarmoeder) of mater (moeder) en caria (zorg), omdat de planten werden gebruikt bij vrouwenziekten. Volgens anderen komt de naam van mata cara (geliefde moeder), omdat de plant was gewijd aan de heilige Anna, de moeder van de maagd Maria. Chamomilla betekent kamille en is afkomstig van het Griekse woord chamaimelon (Camai of chamai betekent grond of op de grond en millon of melon is appel). Waarschijnlijk is deze naam ontstaan omdat het op de grond groeiende plantje enigszins naar appels ruikt. Dit blijkt ook uit Vlaamse naam Appellijn. Discoidea betekent schijfvormig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september, oktober en november.

Afmeting: 5-30 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De rechtopstaande of opstijgende stengels zijn vertakt, taai en kaal. Schijfkamille heeft een gedrongen bouw en verpreidt een duidelijke geur.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande,  heldergroene bladeren zijn iets vlezig. Ze zijn driedubbel geveerd met draadvormige slippen die tot ongeveer 1 mm breed worden.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Polygaam. De alleenstaande bloemen staan op korte stelen. De geelgroene bloemhoofdjes zijn 5-8 mm en eivormig. Er zijn geen straalbloemen. De buisbloemen hebben vier tanden. Stroschubben ontbreken tussen de buisbloemen. De bloemhoofdjesbodem is kegelvormig, hol en verlengt zich. Bloemen met vier vergroeide meeldraden en een stijl met twee stempels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn zwak geribd, min of meer afgerond en hebben twee olieklieren. Het vruchtpluis heeft de vorm van een gegolfd richeltje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© James Lindsey -
commanster.eu


Danny Steven S. -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (tredplant) op droge tot vochtige, voedselrijke, betreden of omgewerkte grond (op de meeste grondsoorten).

Groeiplaatsen: Wegranden, op paden, karrensporen, tussen straatstenen, parkeerplaatsen, ingangen van recreatieterreinen, waterkanten (veedrinkplaatsen), ruigten, grasland (speelvelden en weilandingangen), ruderale plaatsen, hondenuitlaatplaatsen en akkers (zware grond).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit de kuststreken van Noordoost-Azië en noordwestelijk Noord-Amerika. In Europa voor het eerst gevonden in 1840 in Zweden. Tegenwoordig in een groot deel van de gematigde en de koelere streken op het noordelijk halfrond, maar ook in Australië, Nieuw-Zeeland en zuidelijk Zuid-Amerika.

Nederland: Zeer algemeen. Voor het eerst gevonden omstreeks 1900.

Vlaanderen: Zeer algemeen. Met zekerheid voor het eerst gevonden in 1893, maar mogelijk ook al in 1874.


Wallonië: Zeer algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F.W. van Eeden (1898)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra