Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Schijngenadekruid - Lindernia dubia

Frysk:

English: Yellowseed false pimpernel

FranÁais: Fausse Gratiole

Deutsch: GroŖes BŁchsenkraut.

Synoniemen:

Familie: Linderniaceae (Linderniafamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dubia betekent twijfelachtig of onzeker.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 10-30 cm.


© Joke Schaminťe-Sluis - verspreidingsatlas.nl


Jean-Jacques Houdrť - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


David Mercier - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Michele Ardoni -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


Michele Ardoni -
CC BY-NC-ND 4.0


Pierfranco Arrigoni -
CC BY-NC-ND 4.0


image.br.fgov.be -
CC BY-NC-ND 3.0


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Kruipende, opstijgende tot rechtopstaande, vertakte, vierkantige stengels. De plant verkleurt later in het seizoen naar oranjebruin tot diep rood.


Fritzflohrreynolds -
CC BY-SA 3.0


Jean-Jacques Houdrť - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Michele Ardoni -
CC BY-NC-ND 4.0


Daniele Saiani -
CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De kruisgewijs tegenoverstaande, vrij stevige bladeren (met een waslaagje) variŽrend in grootte (1 tot meer dan 3 cm lang) en vorm, van lansvormig tot ovaal, getand of gaaf. De nervatuur is min of meer parallelnervig.


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien op een kort steeltje in de bovenste bladoksels. Een kelk bestaande uit vijf smalle, lijnvormige kelkbladen. De buisvormige bloemkroon wordt tot 1 centimeter lang. De lipvormige bloemen zijn wit met een blauwe of paarse tint. De onderlip heeft drie afgeronde lobben. De bovenlip met twee boventanden. Er zijn twee vruchtbare en twee onvruchtbare meeldraden.


Show_ryu -
CC BY-SA 3.0


Joel Liegard - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht. Een vrucht met enigszins gelige zaden. Vogels zorgen o.a. voor verspreiding. Tweezaadlobbig.


Michele Ardoni -
CC BY-NC-ND 4.0


Michele Ardoni -
CC BY-NC-ND 4.0


Pierfranco Arrigoni -
CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, natte, zeer voedselrijke tot vrij voedselarme, basische tot licht zure, open (pionierplant) plaatsen op een minerale bodem van slib, klei, leem tot grof zand, met daarop een zeer dunne organische laag.

Groeiplaatsen: Drooggevallen visvijvers, slikkige rivieroevers, droogvallende flauwe oevers van geulen, vijvers, plassen en vennen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Vermoedelijk via viskwekerijen in Zuid- en Midden-Europa trechtgekomen en daar plaatselijk ingeburgerd.

Nederland: Voor het eerst gevonden in 2004 bij Oldenzaal. Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd. Voor het eerst gevonden in 1993 bij een visvijver in Midden-Limburg.
WalloniŽ
: Niet in WalloniŽ.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL