Wilde planten in Nederland en België

Schijnpapaver - Papaver cambricum

Frysk:

English: Welsh Poppy

Français: Pavot du Pays de Galle

Deutsch: Wald-Scheinmohn

Synoniemen: Meconopsis cambrica

Familie: Papaveraceae (Papaverfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Papaver komt van het Keltische woord papapap (kinderpapa) of van papa (pap of brij) en verum (echt of waar), m.a.w. ware pap. Het plantensap werd namelijk in de pap gedaan om kleine, huilende kinderen rustiger te maken. Meconopsis is afgeleid van het Griekse mekon (papaver) en opsis (gelijkend), dus lijkend op papaver. Cambricum betekent afkomstig uit Wales.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of meestal tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of therofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m juli.

Afmeting: 15-60 cm.


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Anneli Salo -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel met bijwortels.


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Er vormen zich vanuit het bladrozet één of meerdere, behaarde en rechtopstaande bloeistengels, die meestal niet vertakt zijn. Ze bevatten geel melksap.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Dominicus Johannes Bergsma -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: In het eerste jaar wordt een bladrozet gevormd van gesteelde, langwerpige bladen. De blauwgroene bladen zijn dubbel veerdelig en stijf behaard. De rand is grof gezaagd. De verspreidstaande, kort gesteelde stengelbladeren zijn geveerd. De deelblaadjes zijn ingesneden en groftandig gespleten.


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De 5-8 cm brede bloemen zijn lang gesteeld. De vier kroonbladen zijn oranje of geel. Ze zijn niet allemaal even groot. De kelkbladen zijn behaard en ze vallen af bij het begin van de bloei. Het bovenstandig vruchtbeginsel is knotsvormig met een korte stijl met daarop vier tot zes stempellobben.


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


139chael -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De doosvrucht is smal omgekeerd eirond. De vrucht gaat bovenaan via twee lijnvormige spleten open en verspreidt zo de zaden. Tweezaadlobbig.


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Roger Culos -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, vaak stenige grond.

Groeiplaatsen: Rotsen, in binnensteden,onder heggen, oude binnentuinen, hofjes, nauwe straatjes, tussen stenen, onderaan langs muurtjes en tuingangen achter woonblokken.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest- en West-Europa, met name gebergten in Groot-Brittannië en Zuidwest-Frankrijk.

Nederland: Recent ingeburgerd. met name in stedelijke gebieden.

Vlaanderen: Zeldzaam. Ingeburgerd in stedelijke gebieden.

Wallonië: Zeldzaam ingeburgerd.

Toepassingen
In cultuur als tuinplant.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL