Wilde planten in Nederland en België

Schubzegge - Carex lepidocarpa

Frysk:

English: Long-stalked Yellow-sedge

Français: Laîche écailleuse

Deutsch: Schuppenfrüchtige Gelbsegge

Synoniemen: Carex viridula subsp. brachyrrhyncha

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Lepidocarpa betekent bedekte vrucht.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 10-50 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


A.Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Calais - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn stomp driekantig, aan de top soms zwak ruw en veel langer dan de bladen. Zelden zijn er meer dan vier spruiten per pol. Schubzegge is een slanke plant.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De bladeren zijn iets gelig, maar wel donkerder groen, stijver, smaller en meer gootvormig dan die van Gele zegge. Ze zijn 2-4 mm breed. De onderste bladscheden zijn licht(rood)bruin en rafelen niet.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn smaller en korter dan die van Gele zegge (soms zelfs korter dan de bloeiwijze). De bloeistengel is 5-10 cm lang. De bloeiwijze bevat één mannelijke, langgesteelde topaar met een vaak scheef staande steel van 1-3 cm en één of meestal twee vrouwelijke, 5-15 mm lange, aren die 1-3 cm van elkaar verwijderd zitten. Ze zijn gootvormig tot priemvormig en vaak teruggeslagen. Alle aren staan aan de top van de stengel bij elkaar. Vrouwelijke bloem met drie stempels.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een driekantig nootje dat op het water blijft drijven.&nb p;De urntjes zijn 3,5-5 mm lang en hebben een sterk omlaag geknikte en ongeveer 1½ mm lange, tweetandige snavel. Eenzaadlobbig.


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, matig voedselarme, onbemeste, kalkhoudende grond. Moerasgebieden met kalkrijke kwel.

Groeiplaatsen: Grasland (o.a. hooiland met bronbeekjes) en moerassen (kalkmoeras).

Verspreiding

Wereld: In oostelijk Noord-Amerika (New Foundland) en Noord-, West- en Midden-Europa.

Nederland: Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam. Het meest in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Schuppenfrüchtige Segge
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL