Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Slangenlook - Allium scorodoprasum

Andere namen

Frysk:

English: Sand Leek

Français: Ail rocambole

Deutsch: Schlangen-Lauch

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asparagales

Familie: Alliaceae (Lookfamilie)

Geslacht: Allium (Look)

Soort: Allium scorodoprasum

Naamgeving (Etymologie): Allium komt van het Griekse aglis (knoflook), dat is ontstaan uit glis (iets kroms of rond), dat verwijst naar de bol van de looksoorten. Allium zou echter ook afkomstig kunnen zijn van het Keltische all (warm, scherp of brandend), dat slaat op de eigenschappen van de plant. Scorodoprasum komt van het Griekse skorodon (knoflook) en prason (prei).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 40-100 cm.


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Claire Sutter - CC BY-SA 2.0 FR


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Sarang - Public Domain

Wortels: Een bol.

Stengels: De blauwachtig groene stengels zijn rolrond, vaak wat bochtig en alleen onder het midden bebladerd.

Bladeren: De lijnvormige bladen zijn vlak, aan de voet versmald, hebben ruwe randen en zijn 0,5 tot 2 cm breed.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Liliane Roubaudi - CC BY-SA 2.0 FR


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze bestaat uit vele paarse broedbolletjes en een klein aantal bloemen op vrij lange stelen. De bloemen zijn bleeklila tot paars, klokvormig en 5-8 mm groot. De meeldraden zijn 2½-4½ mm lang en dus iets korter dan de bloemdekbladen. De bloemstelen zijn onderling niet even lang.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Verspreiding gebeurt echter meestal via broedbolletjes. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot matig vochtige (periodiek vochtige), matig voedselrijke, humushoudende en kalkhoudende grond (zand, zavel en klei).

Groeiplaatsen: Bossen, struwelen ('s winters overstroomde plaatsen in hoge struwelen langs de rivieren), bosjes op rivierduinen en aan de randen van rivierdalen, hakhout, heggen, bosranden, enigszins ruderale plaatsen, zeeduinen (duinstruwelen), braakliggende grond, grasland (vloeiweiden en ruige grasvegetaties, meestal op iets omgewerkte grond) en dijken.

Verspreiding

Wereld: Zuidoost- en Midden-Europa, het Oostzeegebied, Noord-Engeland, Ierland en op een paar verspreide plaatsen in het Middellandse-Zeegebied.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in het rivierengebied (IJssel en Rijn) en zeer zeldzaam in de Hollandse en Zeeuwse duinen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen en langs de Maas.
Rode lijst. Bedreigd.


Wallonië: Zeer zeldzaam. Op enkele plaatsen in de Maasvallei.
Rode lijst. Ernstig bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 6 (1801)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 6 (1801)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

 

© 2001-2018 K.M. Dijkstra