Wilde planten in Nederland en België

Slanke kaardenbol - Dipsacus strigosus

Frysk:

English: Yellow-flowered Teasel

Français: Cardère raide

Deutsch: Schlanke Karde

Synoniemen:

Familie: Caprifoliaceae (Kamperfoeliefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dipsacus komt van het Griekse dipsao (ik heb dorst), hetgeen slaat op het verzamelen van regenwater in de bekkens, die door de stengelbladen gevormd worden. Strigosus betekent scherp behaard.

Opmerking: De plant lijkt sterk op Kleine kaardenbol.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur:Tweejarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m september.

Afmeting: 80-150(-250) cm.


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn van onderaf vaak wijdvertakt. Op de stengel groeien stekelige, aan de voet verdikte haren.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Wolfgang Ahrens - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De eironde rozetbladen hebben een lange steel en staan schuin omhoog. De stengelbladen zijn eveneens langgesteeld. De onderste zijn aan de voet niet vergroeid. Op de bladsteel zie je twee tot vier grotere losstaande en verspeid- of tegenoverstaande bladlobben (de bovenste stengelbladen zijn driedelig met een grote topslip en kleine zijslippen). De bladrand is gezaagd (grotendeels dubbelgezaagd).


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Wolfgang Ahrens - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De lichtgele bloemhoofdjes zijn 3-4 cm groot (groter dan die van Kleine kaardenbol). De helmknoppen zijn lichtgeel of groenachtig (die van Kleine kaardenbol zijn donkerpaars). De stroschubben zijn duidelijk langer dan de bloemkroon. De spits toelopende omwindselbladen zijn langer dan de 1,5-2 cm lange stroschubben en alleen aan de achterkant gewimperd.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Robert Flogaus-Faust - CC BY 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het nootje is grijsbruin. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Wolfgang Ahrens - CC BY-SA 3.0


Wolfgang Ahrens - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Meestal half beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselrijke, vaak verstoorde grond.

Groeiplaatsen: Ruigten, braakliggende grond en bermen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het zuiden van Rusland en Oekraïne

Nederland: Zeldzaam. Ingeburgerd na 2000.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
Wallonië:
Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL