Wilde planten in Nederland en België

Slanke zegge - Carex strigosa

Frysk:

English: Thin-spiked Wood-sedge

Français: Laîche maigre

Deutsch: Dünnährige Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij) een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Strigosa betekent mager of schraal.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 50-100 cm.


Hugo Langezaal - CC BY-NC-ND 4.0


Daderot -
CC0


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Kort kruipende wortelstokken met korte uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Losse pollen vormend. De stengels zijn dun (in het midden ongeveer 1 mm) en afgeplat-driekantig.


Gerard Stals - CC BY-NC-ND 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


J R Crellin -
CC BY-NC-ND 3.0


lern - CC BY-NC 4.0

Bladeren: De bladen zijn meestal 0,5-1 cm breed. De rand is ruw, evenals aan de voet. De onderste bladscheden zijn bruin tot roodbruin en rafelen niet of nauwelijks.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Sten Porse -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk



Jeroen Veeken - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen komen niet tot de top van de bloeiwijze en zijn meest breder. Een langgerekte bloeiwijze met één mannelijke topaar en drie of vier (soms meer) van elkaar verwijderd staande, losbloemige, later vaak overbuigende tot 8 cm lange vrouwelijke aren, die 2-3 mm dik zijn, met drie stempels en een gladde steel. Ze hebben een tamelijk wijde, tot 5 cm lange schede, waar de aarstelen al of niet uit kunnen steken. De kafjes zijn langwerpig tot breed omgekeerd eirond, stekelpuntig, bleekvliezig met een groene middenstreep, veel korter of zelden even lang als de urntjes. Het mannelijke aartje is losbloemig, smal, verlengd, tot 5 cm lang en de kafjes zijn vaak iets bruinachtig met een groene middenstreep.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Kjell Nilsen - CC BY-NC-ND 4.0


J R Crellin -
CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De lichtgroene urntjes zijn krom-spoelvormig, spits, worden ruim 3 mm lang en hebben zes tot tien duidelijke nerven. Ze zijn versmald in een zeer korte, iets scheef staande afgeknotte snavel. De vruchten zijn zeer klein, nog geen 2 mm lang, eirond en driekantig. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde tot beschaduwde, vrij open plaatsen op natte, matig voedselarme tot meestal matig voedselrijke, kalkhoudende tot zwak zure grond. Vaak op kwelplekken met kalkhoudend water.

Groeiplaatsen: Bossen (natte loofbossen, langs bospaden en in hellingbossen bij bronbeekjes) en waterkanten (langs bronbeekjes en pas uitgegraven poelen en vijvers).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië (nabij de Kaspische Zee), Midden- en West-Europa, noordelijk tot Denemarken. In grote delen van het verspreidingsgebied is Slanke zegge zeldzaam.

Nederland Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam.
Wallonië:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL