Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Slijkgroen - Limosella aquatica

Frysk: Slykgrien

English: Mudwort

FranÁais: Limoselle aquatique

Deutsch: Schlammkraut

Synoniemen:

Familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Limosella komt van het Latijnse limosa (vochtig of modderig), hetgeen slaat op de groeiplaats. Aquatica betekent waterbewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 2-5 cm.


Bernd Sauerwein -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Kruipende en wortelende uitlopers.


Pierfranco Arrigoni -
CC BY-NC-ND 4.0


Pierfranco Arrigoni -
CC BY-NC-ND 4.0


Russ Kleinman, Jack Carter en Richard Felger - http://wnmu.edu


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0

Stengels: De stengels zijn iets klierachtig behaard. Vaak vormt Slijkgroen matjes.


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


© Domenico Puntillo -
CC BY-SA 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De bladeren van het wortelrozet zijn lang gesteeld, lijnvormig-langwerpig tot spatelvormig en vaak boven het midden het breedst. Verder zijn ze niet getand en vrij vlezig. In het water zie je priemvormige of lang gesteelde, eivormige drijfbladeren.


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


© Jan Pellicaan - verspreidingsatlas.nl


Emilie Flamant - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De kortgesteelde, alleenstaande bloemen groeien in de bladoksels. De bloemkroon is rozewit, 2-5 mm breed, klokvormig en heeft vijf uitgespreide, vrij spitse slippen. De bloemen hebben vier meeldraden. De kelk is vijfspletig met driehoekige slippen.


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Pierfranco Arrigoni -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Stoffijne zaden. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Domenico Puntillo -
CC BY-SA 4.0


© Domenico Puntillo -
CC BY-SA 4.0


© Domenico Puntillo -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op natte tot vochtige, meestal tijdelijk droogvallende (of tijdelijk overstroomde), matig voedselarme tot voedselrijke, humeuze, kalkarme tot kalkrijke grond. Ook in zwak brak milieu (slib, klei, zand en grind).

Groeiplaatsen: Water en waterkanten (modderige rivieroevers, oevers van meren, drooggevallen bodems van rivierlopen, periodiek drooggelegde visvijvers en periodiek overstroomde plaatsen), zeeduinen (duinplassen), afgravingen (zand- en kleigroeven) en opgespoten grond (niet blijvend).

Verspreiding

Wereld: Koele en gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij zeldzaam in het rivierengebied in Midden-Nederland. Elders  zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL