Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Slipbladige rudbeckia - Rudbeckia laciniata

Andere namen

Frysk:

English: Coneflower

Français: Rudbeckia lacinié

Deutsch: Schlitzblättriger Sonnenhut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Rudbeckia

Soort: Rudbeckia laciniata

Naamgeving (Etymologie): Rudbeckia is door Linnaeus genoemd naar zijn leraar Olaf Rudbeck, een Zweedse botanist (1660-1710). Laciniata betekent gelobd.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 80-200 cm.


Pleple2000 - CC BY-SA 3.0


Magnus Manske - CC BY-SA 3.0


BotBln - CC BY-SA 3.0


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een houtige wortelstok.


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


cdn.flmnh.ufl.edu - CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org - CC BY-NC 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn bovenaan vertakt. Ze zijn vrijwel kaal en enigszins grijsgroen.


Σ 64 -CC BY-SA 3.0


Averater -CC BY 4.0


Urban - Public Domain


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn gesteeld en grof getand tot gaafrandig. De onderste bladeren zijn diep drie- tot zevendelig. De slippen zijn grof getand tot dieper ingesneden, de middelste meestal driedelig en de bovenste ongedeeld.


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Σ 64 -CC BY-SA 3.0


Pleple2000 - CC BY-SA 3.0


Magnus Manske - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes staan afzonderlijk of met enkele bij elkaar. Ze zijn 6-10 cm en hebben een lange steel. De lintbloemen en buisbloemen zijn goudgeel. Ze hebben een geelgroene kegelvormig gewelfde schijf.


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Pleple2000 - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchtpluis  vormt een getand 'kroontje'. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR


Pleple2000 - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op natte, voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Waterkanten (rivieren, beken en kanalen), moerassen (verlandingszones van kolken en rietland), rivierdijken, ruigten (natte ruigten en rivierbegeleidende ruigten) en bosranden (grienden).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Ingeburgerd in Europa, vooral in Midden-Europa, maar ook in Groot-Brittannië.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam. Vaak onbestendig.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Ingeburgerd in de 19de eeuw.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd in de vallei van de Kleine Nete bij Lier (zeker al sinds 1849). Elders vrijwel alleen verwilderd.
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.


Wallonië: Zeer zeldzaam ingeburgerd.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra