Wilde planten in Nederland en België

Smalle beukvaren - Phegopteris connectilis

Frysk:

English: Beech Fern

Français: Phégoptéris vulgaire

Deutsch: Buchenfarn

Synoniemen: Dryopteris phegopteris, Lastrea phegopteris, Thelypteris phegopteris, Phegopteris polypodioides

Familie: Thelypteridaceae (Moerasvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Phegopteris komt van het Griekse phegos (beuk) en pteris (varen of vleugel). Connectilis betekent verbonden, omdat de onderste blaadjes naar elkaar zijn toegebogen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 15-40 cm.


Ghislain118 -
CC BY-SA 3.0


Rob Routledge -
CC BY 3.0


Griensteidl -
CC BY-SA 3.0


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een vrij lange, dunne, kruipende, weinig vertakte, zwartbruine wortelstok.


lod.ansp.org -
CC BY-NC 3.0


lod.ansp.org -
CC BY-NC 3.0


lod.ansp.org -
CC BY-NC 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0

Stengels: De ijl beschubde bladstelen zijn één tot twee keer zo lang als de bladschijf.


Rob Routledge -
CC BY 3.0


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De verspreidstaande, korte, tot 50 cm lange bladeren zijn zacht behaard. In omtrek zijn ze smal driehoekig, dubbel veerdelig, met aan beide kanten vijftien of meer zittende, spits toelopende, diep ingesneden deelblaadjes. Naar de voet zijn ze nuwelijks versmald. De onderste blaadjes zijn naar beneden gericht (naar achteren gebogen), de bovenste worden steeds kleiner en komen tenslotte samen in een gelobde spits. De randen van de bladdelen zijn gewimperd.


Rob Routledge -
CC BY 3.0


MurielBendel -
CC BY-SA 4.0


Meneerke bloem -
GFDL


Matti Virtala -
CC0

Vruchten: De ronde sporenhoopjes, zonder dekvliesje, vind je bij de bladrand op de zijnerven.


homeredwardprice -
CC BY 2.0


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, matig stikstofrijke, kalkarme, zure tot zwak zure grond (zand soms leem, löss of veen).

Groeiplaatsen: Waterkanten (langs beken en greppels in loofbossen) en bossen (loofbossen, in kuilen van omgewaaide bomen en soms in naaldbossen).

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond. Vooral in gebergten.

Nederland: Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen en de Leemstreek.
Wallonië:
Zeldzaam in het Maasgebied en de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL